is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vasten bij Israël

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Chananja b. Hizkia b. Garon '), volgens een ander bericht door de oudsten, leerlingen van Schammai en Hillel, die een bezoek brachten bij li. Eleasar b. Chananja 2).

Men is het er vrijwel over eens, dat de vastenrol zelf, die geschreven is in het Palestijnsch Arameescli, in de 1ste eeuw na Christus is geredigeerd :i), hoewel latere inlassching van eenige datums waarschijnlijk is. Zoo b.v. de dag van Trajanus, 12 Adar, c. 21). De in het Hebreeuwsch geschreven commentaar is vermoedelijk niet ouder dan de 7de eeuw n. Chr. 4), en heeft hoegenaamd geen historische waarde.

Men stuit in de Meg. Taanith op velerlei moeilijkheden. Zoo al aanstonds bij het opschrift, dat luidt: „Op de volgende dagen is het verboden te vasten en op sommige daarvan ook rouw te bedrijven (eig. rouwklacht te houden)." Ligt het voor de hand dit met R. Meïr (jer. Taan. 2 : 13) zóó te verstaan, dat op al de genoemde datums vasten, en op die dagen, achter welke vermeld staat: „waarop niet te rouwen", bovendien nog rouwbedrijf verboden was, in de jer. Gein. t. a. p. zegt R. Jona omgekeerd, dat op de vernielde datums rouwbedrijf verboden is en op sommige daarvan ook vasten.

Voorts stelt R. Meïr (t. a. p.) niet twee gevallen, zooals de Meg. Taanith in de ons overgeleverde redactie, maar drie, en wel: 1. dat achter een bepaalden datum staat: „de rouw is verboden", 2. dat een vers besluit met: „vasten is verboden" en 3. dat er enkel staat: „waarop niet H)". De

') Glosse op Meg. Taan. en Schabbath 13b.

-) Halachöt gedölöt; hilchót soferim; bij Derenbourg, Essai sur 1'Hist. et la Géographie de la Palestine, 1867 p. 439.

3) J. S c h m i 1 g, Ueber Entstehung und bist. Werth des Siegeskalenders Megillat Taanith, 1874, S. 36, spreekt van 7 a 8 na Chr.; Schürer, Gesch. d J. V. I* 1901, S. 156f. van de le eeuw na Chr. in 't algemeen; G. Dalman, Aram. Dialektproben, 1896 S. 32 van 66—70 n. Chr.

4) vg. o. a H. Brann, Entstehung und Werth der Megillat Taanith, Monatschrift f Gesch. u. Wiss. d. Jthumsj 25, 1876 S 410f. ; 445f.