Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pialektproben; tekst en vertaling bij Derenbourg, Essai. etc. p. 441v., terwijl een kritische uitgave van tekst en Hebr. comm. is bezorgd door M. Neubauer in „Anecdota Oxoniensia", Seniitic series, vol. I part. 6.

Gelijk uit zoovele andere vroeger aangehaalde bepalingen, blijkt ook onweersprekelijk uit een dokument als de vastenrol, welke groote plaats het vasten (niet slechts in het publieke, maar) in het persoonlijk godsdienstig leven van den Jood bekleedde. Geen wonder, dat de Rabbijnen het noodig hebben geoordeeld, ook het vasten aan bepalingen te onderwerpen. Want hoe vruchtbaar gestrenge onthouding van voedsel in hunne oogen ook mocht zijn, Israëls blijde dagen mochten daaronder niet lijden, noch ook de gemeente. Zoo

lazen wij nog de bepaling: de mensch, die vervolgd

wordt door heidenen, door roovers of door een boozen geest, mag zich niet kwellen met vasten, om niet [zijn] kracht te breken. R. Josë zegt: de enkeling mag zich niet met vasten kwellen, opdat hij niet ten laste van de gemeente valt en zij hem moet verzorgen", T. Taan. 2 : 12; vg. Taan. 22b.

Hiermede is de behandeling der vastentijden ten einde gebracht. Hoewel over het algemeen genomen de resultaten bevredigend mogen lieeten, wordt toch de waarde der uitkomsten van het in dit hoofdstuk ondernomen onderzoek eenigermate verzwakt door de onzekerheid, waarin men verkeert aangaande de mate van overeenstemming, die heeft bestaan tusschen de uitlatingen der Schriftgeleerden en het praktisch godsdienstige leven der toenmalige Israëlieten. Wel zijn. waar in de bronnen de schrijvers verhalend te werk gaan of op ongezochte wijze ons gegevens aangaande de werkelijke inachtneming van het vasten aan de hand doen, hunne mededeelingen kostbare bijdragen voor de kennis van den vastenritus in die dagen. Maar aan den anderen kant is het moei-

Sluiten