Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dag. I)c zin der onthouding in de oudste gevallen komt het meest nabij aan die van het doodenvasten. Om die reden is de onthouding daar aan te merken als de ritus in een zijner meest primitieve vormen van ontwikkeling.

De beschrijving van de geleidelijke vervorming van het vasten moet bij zijn oorsprong worden opgevat. Vroeger reeds is aangetoond, dat het dooden vasten zijn oorsprong moet hebben genomen in het doodenoffer. Ter zelfder plaatse is met behulp van de ons ten dienste staande gegevens tevens de vermoedelijk oudste reden voor het vasten na een sterfgeval vastgesteld. Het doodenvasten namelijk is in oorsprong niet anders dan onthouding van de in het sterfhuis voorhanden levensmiddelen, die met al het aanwezige gedacht werden onder invloed van den rondwarenden doodengeest te staan. De onthouding geschiedde uit vrees voor de schadelijke gevolgen, verbonden aan het gebruik der zgn. onreine spijs.

Nu is, gelijk vrij algemeen erkend wordt, met het begrip der hier bedoelde onreinheid dat der oud-Israëlietische heiligheid synoniem. liet onreine is in zekeren zin heilig te noemen. terwijl omgekeerd ook het heilige verontreinigt. Beide, zoowel het heilige als het onreine, zijn om de inwonende bovennatuurlijke kracht den mensch uiterst gevaarlijk. Onthouding van heilige spijs heeft dus dezelfde beteekenis als niet eten van onrein voedsel. Dat de onthouding van het heilige in den Israëlietischen godsdienst niet onder den naam „vasten" voorkomt, is van minder belang, omdat de gedachte in Israël van algemeene bekendheid was. Wie niet in den staat der heiligheid was. mocht van de heilige spijs in geen geval gebruiken en was aangewezen op het profane voedsel. Het geval had zich dus slechts voor te doen, dat al de aanwezige levensmiddelen heilig waren, en de onreine, althans in profanen, niet-heiligen toestand verkeerende menscli had zich van elk gebruik te onthouden.

Sluiten