Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drukken. En Jahwe belooft het aangekondigde onheil niet in zijne dagen te zullen brengen, 1 Kon. 21 : 27.

Zoo verwijderde de ritus zich meer en meer van zijn oorspronkelijken vorm en werd zoo ongemerkt een handeling zonder zin. Want bestond er reden tot vasten, wanneer men het voorrecht zou hebben in persoonlijk contact met Jahwe te treden, nu hij zich als t ware uit de mensehen wereld in den hemel had teruggetrokken om van daaruit lot en leven van zijn volk te besturen, zonk de betrachting van het vasten tot een vorm zonder inhoud, tot een mechanische verrichting met weinig zin. Was het wonder, dat de edelen onder het %olk, dat zij, die dieper doordachten dan de trage massa, front gingen maken tegen een vasten, waarin geen andere beteekenis lag. dan dat het heette te zijn een werkzaam middel Jahwe gunstig te stemmen en hein zijne zegeningen over zijn volk te doen uitstorten? Van hieraf dagteekent dan ook een nieuwe phase in de ontwikkeling van den ritus. Doch de nieuwe vorm, waarin het vasten zal optreden, is niet plotseling daar, maar komt in geleidelijken overgang tot stand. Dien overgang hebben wij dus thans van naderbij te beschouwen.

De hoogere beteekenis van het vasten als godsdienstige daad wordt voorbereid in Jer. 14 : 12; Jes. 58 en Zacli. i : 3v. In elk der drie voorbeelden treffen wij een bestrijding aan van het vasten, zooals het in zwang was; in Jes. 58 en Zach. i : 3v. rechtstreeks en in denzelfden geest, in Jer. 14 : 12 meer zijdelings. Kon het aanvankelijk schijnen, dat het vasten als zoodanig door hen werd veroordeeld, bij nadere beschouwing is ons gebleken, dat elk der profeten meer den geest, waarin gevast werd, dan de handeling zelf heeft bestreden. Evenals vóór de Ballingschap de offers golden als natuurlijke gave aan de godheid, zoodat, hoe meer werd geofferd, Jahwe ook des te meer tevreden moest zijn over zijn volk, zoo diende ook de onthouding op zich zelf om, wanneer de betrekking tusschen volk en god was ver-

20

Sluiten