Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

W ord in oorsprong voornamelijk door de gemeenschap in haar geheel gevast, in het Jodendom treedt ook de individu met bidden en vasten in betrekking tot de godheid. Naast de algemeene vasten komen op: private onthoudingen. De bizondere verdienstelijkheid dezer zelfkwelling had ten gevolge, dat men veelvuldig vastte. Aldus geschiedde niet slechts bij hen, die de grootste waarde hechtten aan de betrachting van allerlei uiterlijke geboden, die dus ook het vasten ineer als daad dan als teeken van een gezindheid in acht namen, maar ook bij de werkelijk vromen, die slechts vastten ten teeken van hunne verootmoediging voor God, vg. ps. 109 : 24; Daniels vasten. Doch te recht is opgemerkt *), dat de „quantitatieve Tendenz (van het vasten) es doch immer nur bringt zu einem mtihsamen Ringen des Menschen innerhalb der materiellen Welt, nicht zum wirklichen Berühren des überweltlichen Ziels; woher ilir eben das Ungeniigen an sicli selbst und die Unersiittlichkeit anhaftet." Daar evenwel uit de Joodsche \ asten (zooals die voorkomen in de Rabbijnsche literatuur) vrijwel alle geest geweken was en men in de uiterlijke betrachting van den ritus zijn waarde zocht, wekte de veelvuldige onthouding bij den wettelijken Jood geen „Ungenügen ', maar steeds toenemende bevrediging. Doch wie bij al hun vasten zich niet bevredigd konden gevoelen en bij wie, in plaats van de rustige verzekerdheid Gods gunstbewijzen te verdienen, zich meer de twijfel vastzette, dat waren de mannen van de profetische richting. Rij hen en door hen zou het vasten tot hooger vorm zich ontwikkelen.

Aan het begin van deze beschrijving hebben wij de bewering opgesteld, dat de ontwikkeling van het vasten in hoofdzaak bestaat in de ontwikkeling van het motief, waarmede wordt gevast. Nu is gebleken, dat de onthouding in oorsprong slechts diende tot afwering van uiterlijk kwaad, van schade-

') Gr. von Glasenapp, Das qualitative and das quantitative Element im Kultus, Archiv für Religionswissenschaft 1903, S. 205.

Sluiten