Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gelijk een schaduw als zij lang wordt, slink ik weg; ik ben als een sprinkhaan afgeschud; mijne knieën knikken van het vasten, 10!) : 23, 24. Maar bleef der psalmisten diepe verootmoediging feitelijk onbeloond, bij Daniël openbaart zich na een onthouding van drie weken (10 : 2v.) ongezocht de uitwerking der lichamelijke afmatting en geestesoverspanning. In half bewusteloozen toestand ziet hij plotseling een gedaante verschijnen, die blijkt de engel Gabriël te zijn. Daniëls kleur verschiet en verdwijnt, 11ij behoudt geen kracht en zinkt in diepen slaap. Hij gevoelt, dat een hand hem aanraakt, die hem sidderend doet oprijzen. In dien toestand hoort hij, hoe Gabriël hem gerust stelt en zijn openbaring uitspreekt.

Toch al verootmoedigt Daniël zich in de hoop, dat hem openbaringen zullen ten deel vallen, hij is zich den innerlijken samenhang van onthouding en openbaring niet bewust. Hij is door de plotselinge verschijning verrast.

Doch niet alzoo Esra, noch minder Baruch. In IV Esra 5 : 13 zegt Uriël: „Wanneer gij andermaal bidt en gelijk heden weent en zeven dagen vast, zult gij opnieuw dingen vernemen, grooter dan deze' , vg. 5 : 31. En o. a. Apocalypse Baruch 20 : 5v. komt deze lastgeving van den Heer: „Welaan dan, heilig u zeven dagen, eet geen brood en drink geen water en spreek met niemand, en kom daarna op die plaats en ik zal u openbaringen doen, enz.", vg. de andere aangeh. teksten, blz. 199v. En als Baruch dan, telkens gehoor gevende aan het bevel, de zevendaagsche onthouding heeft doorstaan, ontstaat die verheldering van het bewustzijn („cepit anima inea cogitationem multam," 21 : 3), waardoor de betrokken mensch nog meer uitgeput geraakt („debilitatus sum valde", 21 : 2(5; 48 : 25).

In tegenstelling met Daniël, voor wien de verschijning en de openbaring in zekeren zin toevallige gevolgen zijn van het vasten, zijn (de schrijvers van IV) Esra en (van de Apocalypse van) Baruch zich bewust, dat de afmattende onthou-

Sluiten