Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„syn andeel van den daghelix gherichte in Drenthe' ')• Hoever dit aandeel zich uitstrekte, is niet zeker; doch een vermoeden mag toch worden uitgesproken. Rolof Polleman hield behalve het bewuste aandeel ook in leen verschillende goederen in het noorden van Drente en in Groningen gelegen2). Ongeveer in dienzelfden tijd bezaten andere Polman's (aan Rolof vermaagschapt?) goederen in leen of bezaten eigendom eveneens in 'tnoorden van Drente en in Groningen3); terwijl tusschen 1373 en 1382 Otte Polleman herhaaldelijk voorkomt als burgemeester van Groningen 4). Is wellicht dus in Rolof Polleman de opvolger te zien van den bovengenoemden schulte te Eelde?

De voortdurende moeilijkheden tusschen den bisschop en den Coevorder slotvoogd, waaraan, door het krachtig optreden van bisschop Frederik van Utrecht, in het laatst der 14dl' eeuw een einde kwam 5), wekten de overtuiging, dat eene andere bestuursinrichting moest worden in het leven geroepen, waarbij de macht der kasteleins van Coevorden voorgoed werd gebroken. De waardigheid zou niet meer erfelijk zijn, voortaan werden de vertegenwoordigers van den bisschop teruggezet tot ambtenaren, die telkens bij voorkomende vacature werden aangewezen door den bisschop in overleg met de inwoners van Drente en onder goedkeuring der 3 Overijselsche steden 6). 's Bisschops ambtenaar droeg den titel „amptman" of „drost".

Karel V, aan wien in 1536 Drente was gekomen, benoemde eerst een stadhouder7), aan wien hij later ook het drostambt opdroeg 8). Deze, George Schenck van Toutenburg, stelde, omdat hij over meerdere provinciën tot stadhouder was benoemd,

') Oork.bk N°. 699.

s) Te Yde, Haren, Hemmen, Anderen en 't „swanenvlot, gheleghen in „Drenthe ende een deel om Gronynghen ende oppen Goe".

" ») Oorkbk N°®. 606, 609, 714, 822.

«) Oork.bk N°s. 612, 614, 616, 621, 626, 633, 640, 659, 706, 707.

®) Oork.bk N08 900—903.

6) Oork.bk N°. 900.

7) Ma&nin, Geschiedkundig Overzigt der besturen in Drenthe, deel 111, lste stuk, bladz. 116 vlg.

®) Magnin, a. w. bladz. 121 vlg.

Sluiten