Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder zich een waarnemenden drost aan J). Later ontving ook de drost zijne aanstelling van den keizer2).

Onder de Republiek was er strijd over het recht van aanstelling van stadhouders en drosten3). De Zeven Provinciën toch erkenden Drente, dat in het laatst der 16de eeuw nu eens hunne doch dan weer de Spaansche zijde had gehouden, niet voor vol; zij beschouwden het als een wingewest, waarover de Staten-Generaal het bestuur moesten aanstellen4). De verkiezing van een stadhouder werd spoedig overgelaten aan de Staten van Drente5) (Ridderschap en Eigenerfden). De benoeming van een drost bleef lang in geschil, een geschil te ingewikkelder, omdat ook de Staten van Overijsel zich daarin mengden6). Eerst in 1685 werd tusschen de Staten van Drente en Overijsel overeengekomen, dat voor eiken 3den en 7den van de 7 drosten de Staten van Overijsel een tweetal zou voordragen aan die van Drente om daaruit de benoeming te doen; de overige drosten zouden door Drente geheel vrij worden aangesteld 7). Sedert dien tijd onthielden ook de Staten-Generaal zich van inmenging 8). Sedert 1749 berustte het recht van benoeming van den drost bij den erfstadhouder9).

Met de „tota terra Threntie", die in 1264 ,0) en de gemeente van het land van Drente, die in 1291 en later blijkt te bestaan u) en de landszaken zal hebben behartigd, werd samengewerkt door de etten („judices jurati"),2) ter uitoefening van bestuursaangelegenheden »). In het begin der 16de eeuw is de toestand

') Magnin, a. w. bladz. 128, 129.

*) Magnin, a. w. bladz. 130, 131.

») Magnin, a. w. deel III, 2de stuk passim.

4) K. Lijndrajer, Drente's recht op sessie ter Generaliteit Diss. Groningen. 1893.

5) Magnin, a. w. deel III, 2de stuk, bladz 175.

6) Magnin, a. w. bladz. 89—91, 177 vlg.

7) Magnin, a. w. bladz. 190 j°. 180, 181.

8) Magnin, a. w. bladz. 190.

') Magnin, a. w. bladz. 194.

10) Oork.bk N°. 13B.

u) Oork.bk N°. 187 („commune terre Threnthie"), N°. 244 d.d. 1313 („uni„versitas terre Drenthie"), N°. 247 d.d. 1314 („communitas terre Threnthie").

" ls) Oork.bk N°. 1228 S.

is) Mr. H O. Fbith, Ordelboek van den etstoel van Drenthe, bladz 39 (d.d. 1451) en 145 (d.d. 1485), waar rechtsvoorschriften worden gegeven.

Sluiten