Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna wordt beschreven de inhoud van „seeker kastjen", dat in 3 X 3 vakken blijkt te zijn ingedeeld; wij hebben hier weder de vermelding van stukken „int eerst bovenste ruim", „int tweede", „int darde"; „int eerste middelste ruim", „int „tweede", „int darde"; en eindelijk „int eerste benedenste ruijm", „int tweede", en „int darde" Hierin werden gevonden eenige protocollen, eenige pakken, verscheidene dossiers en stukken, „eene liasse van eenige stucken, gelichtet uit het cantor van „Jan van Tongeren" ('s landschaps agent in 's Gravenhage) en ook „een bleeken doese, daerin de lantschaps sauvegarden sijn". 't „Kastje" is dus geene loketkast geweest.

„Op de taeffel" lagen 2 protocollen van resolutiën, de laatste, over 1625—1627.

Ten sjotte werd 't bovengenoemde kastje geflankeerd door een „banck" en een „hooge banck"; op de eerste lagen eenige registers en stukken, op de laatste alleen de „staet van geestlicke „goederen tot Dieveren, overgesonden den 6 Februarii 1625". Hiermede was de inventarisatie der stukken in de secretariskamer voltooid.

Den volgenden dag werden de archivalia „in den collegie" nagezien; zij waren daar geborgen „in de groote kiste", „ineen „kofferjen" en „int tresorje". Zeer waarschijnlijk geschiedde de distributie over deze 3 bergplaatsen in hoofdzaak niet naar eenig leidend motief. Afgesloten liassen, protocollen, dossiers, pakken en stukken van allerlei aard werden in de groote kist gevonden. Het „tresorje" bevat eveneens stukken van allerlei slag, al zijn deze uit den aard der zaak slechts weinig in getal. Met het „kofferjen" is het eenigszins anders gesteld, dit is te beschouwen als de voorlooper van de latere rubriek Liquidatie met de generaliteit. Bijna de geheele inhoud zou onder dat hoofd te brengen zijn; slechts enkele stukken vallen daarbuiten: a. de stukken betreffende 't geschil tusschen Drente en den heer van Ruinen over 't ressort van diens heerlijkheid (van practisch belang in dien tijd van heffingen), — b. stukken betreffende de vraag, of 't klooster ter Apel in Groningen of in Drente was gelegen, — en c. stukken betreffende 't geschil van Drente met Overijsel over Coevorden.

Den 6 September eindelijk werden „gevisiteert" eenige doozen

Sluiten