Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of het dagelijksch bestuur van Drente den vrees van den drost deelde en dus is overgegaan tot overbrenging van een deel van 't staten-archief naar de vesting Groningen, blijkt niet. Ook is duister, of de drost het gesloten water geschikt vond voor de overbrenging, of wel dat hij daarvan vreesde gemakkelijker toegang voor krijgsbenden naar Assen.

Uit de volgende jaren is ons niet veel bekend omtrent de geschiedenis van 't archief. Waarschijnlijk is dit dus te Assen verbleven onder de hoede van den secretaris. Het eenige, wat wij vernemen, is de opvordering door Drost en Gedeputeerden van bepaalde registers en stukken, meermalen betreffende de geestelijke goederen1). In 1664 blijkt een gedeelte van 't statenarchief te berusten onder den landschrijver, ik wees daarop reeds uitvoerig in de inleiding voor den inventaris van 1t archief van den etstoel. Toen in genoemd jaar de functionaris overleden was, zijn de onder hem berustende stukken, voor zoover zij deel uitmaakten van 't staten-archief, weder ter landschapssecretarie wedergekeerd.

Anders werd dit in de oorlogsjaren in de tweede helft der 17de eeuw, toen Drente werd geteisterd door de troepen van den bisschop van Munster, door den volksmond „bommen-Berend" geheeten'). De resolutiën van Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden geven ons hierover geen licht, zij maken geen melding van de tijdelijke verhuizing van 't statenarchief. Doch uit de rekeningen van den ontvanger-generaal van Drente en van den secretaris blijkt, dat Drente's bestuur foen gelijksoortige maatregelen heeft genomen als in 't eerste kwart der 17de eeuw. In 1665 is 't staten-archief veiligheidshalve eerst overgebracht van Assen naar Havelte en vandaar naar Steenwijk 3), terwijl wij later vernemen van eene overbrenging van Meppel naar Eelde 4). Het had bij die gelegenheid veel te lijden,

') Zie b v. resolutiën Drost en Gedepnteerden d.d. 15 October 1630, 21 Mei 1635, 15 April en 5 Mei 1643.

s) Bernard van Galen, die in de gelegenheidsschriften dier dagen nog andere minder eervolle bijnamen ontving.

s) Rekening van den secretaris over 1665/6 fol. 47/48.

4) Rekening van den ontvanger-generaal over 1666/7, bijlage tot den post op fol. 36vs — 37.

Sluiten