Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kerkelijke zaken. Monter zal dus gedeeltelijk hebben voortgebouwd op den toestand, dien hij vond; doch dezen — ik haalde enkele voorbeelden daarvan aan - wat meer hebben afgewerkt en daarenboven een paar nieuwe rubrieken hebben gevormd.

Hoe kwam nu Monter ertoe, juist deze rubrieken te vormen? — Het antwoord hierop is zeer gemakkelijk te geven. Hij was een zeer ijverig ambtenaar, iemand die blijkbaar met liefde zijn werk verrichtte. Dit gaf hem aanleiding, zich bepaaldelijk aan enkele takken van dienst, die hem bizonder aantrokken, in groote mate te wijden. Daardoor heeft hij wellicht, als landschapsklerk, voor den landschapssecretaris diens verplichtingen ten opzichte der grondschatting en omslagen uitgevoerd, waarin hij zoo thuis was, dat, toen eene verbetering der betrokken registers aan de orde kwam, deze aan hem werd opgedragen. Zijne voorliefde voor deze belangrijke zaak (immers uit de grondschatting en de omslagen werden voor een groot deel Drente's uitgaven bestreden) zal ertoe geleid hebben, dat hij al wat betrekking had op de vorming der registers, waarnaar de heffing geschiedde, afscheidde van 't overig deel van 't archief. De administratie van het predikantsweduwenfonds was aan hem opgedragen. Te vermoeden is, dat dit hem bewoog, zich goed in de kerkelijke aangelegenheden in te werken; voor zijn eigen gemak was dus ook hier een rubriek „kerkelijke zaken" dienstig.

Eene kleine eeuw verloopt weder, voordat eene nieuwe inventarisatie plaats heeft. Deze geschiedt dan door den landschapsklerk, aan wien bij zijne instructie dd. 29 Maart 1757 de zorg voor de archieven was opgedragen. Eerst van ongeveer 1760 *) dagteekent het „Register van stukken ter secretarie," vervaardigd door den landschapsklerk W. H. Hofstede (later landschapssecretaris) 2). Wanneer wij de juistheid van dien titel mogen aannemen — en er is geen bewijs voor het tegendeel — dan zou uit die lijst bliiken, dat nog in de 2de helft der 18de eeuw een be-

') Vermeld worden de rekeningen van 't predikants-weduwenfonds over 1668—1760.

2) W. H. Hofstede werd op 22 Maart 1757 aangesteld tot klerk (resolutie Ridderschap en Eigenerfden i. d.) en op 23 Maart 1784 bevorderd tot secretaris (resolutie Ridderschap en Eigenerfden i. d.).

Sluiten