Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„inkomende brieven van November en December 1798", „N°. 6. „Een pacquet dato (lees „dito") meest van September en October „1798", — en meer andere

De lijst bevat evenmin stukken van een bepaalden aard- Naast notulen en brieven komen voor: „N°. 16. Stukken rakende de „tractementen van predicanten, schoolmeesters en organisten, „1800", — „N°. 18. Een zak met papieren over de weg bylangs „de vaart agter Wittelte, December 1797", — „N°. 20. Notitiën „van gedane leverantiën aan de Fransche troupes enz.'1, — „N". 46. „Rekeningen van de ontvangers van de heffing van 5 procent op „de inkomsten".

De tijd wisselt, voor zoover hij wordt aangegeven, van 1795 tot 1802. Doch ook zijn niet voorhanden de volledige statenarchieven over die jaren. Niet worden genoemd b.v. de registers van notulen en brieven, die toch zeker eene eerste plaats in een volledigen inventaris zouden hebben ingenomen. Bovendien vinden wij evenmin vermeld tal van stukken, waarmede wij reeds door den inventaris van 1799 hebben kennis gemaakt, en die toch niet zouden kunnen worden verborgen onder den titel „N°. 3. Stukken van weinig aanbelang, meest concepten" of een pakje van gelijke strekking.

Het eenige wat wij kunnen veronderstellen is, dat wellicht de staten-archieven zich nog grootendeels of geheel bevonden in den toestand, waarin zij in 1799 waren gevonden of gebracht; en dat de „notul van stukken" beschrijft stukken, die öf jonger zijn dan 1799 en daarom nog niet op den inventaris van dat jaar konden worden gebracht, óf om de een of andere reden van hunne plaats zijn genomen en bij het aftreden van de Commissie van Financie te zamen in een kist zijn gelegd. Te meer was dit noodig, omdat 't nieuwe bestuur ('t Departementaal bestuur van den Ouden IJsel) niet zetelde te Assen, doch te Zwolle.

Uit den aard der zaak moest deze samensmelting van Overijsel en Drente een eeuw geleden, toen het provincialisme allicht nog sterker sprak dan tegenwoordig, moeilijkheden met zich brengen. Hierin trachtte men te voorzien door de instelling voor Drente van eene Commissie uit 't Departementaal bestuur van den Ouden IJsel (Overijsel) tot de dagelijksche administratie der

Sluiten