Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een paar opmerkingen over deze belangrijke missive. Daaruit blijkt, dat sedert 1802 't gedeelte der staten-archieven van na 1795 is geregeld geworden, en dat het wellicht in verband daarmede zich niet bij de overige op den zolder bevond doch ter secretarie werd bewaard. Niet geheel juist is, wat omtrent het overige deel der staten-archieven wordt medegedeeld. Wij zagen boven reeds, dat na de terugkomst uit Groningen in 1795, naar aanleiding eener vraag van het Uitvoerend Bewind, in 1799 een nieuwe inventaris is vervaardigd. De stukken zullen niet weer in den toestand van 1795 zijn teruggebracht, doch zich (wanneer men ze onaangeroerd heett gelaten) vertoond hebben overeenkomstig den inventaris van 1799. Deze inventaris wordt waarschijnlijk aangewezen als zijnde zoek geraakt; voorshands mag dit worden aangenomen, omdat van eene nieuwe regeling na 1802 niet blijkt. Te meer omdat mag worden verondersteld, dat men, de staten-archieven weder inventariseerende, zou hebben gedaan, wat de commissie van 1799 wel wilde maar door gebrek aan tijd niet kon doen: een systematischen inventaris hebben vervaardigd. Van belang is ook de belofte om „zoo ras doenlyk" de staten-archieven te doen regelen en inventariseeren. Het is den gouverneur hiermede ernst geweest; aan den adjunctcommies ten gouvernemente J. S. Magnin is deze inventarisatie opgedragen; van 1826 — 1829') heeft hij zich daartoe gezet; met het gevolg, dat de inventaris in 1829 gereed was en bij Gedeputeerde Staten kon worden rondgezonden 2).

Zoo is Magnin de eerste geweest, die eene systematische inventarisatie der Drentsche staten-archieven heeft ter hand genomen. De regels, die men thans aan een inventaris stelt, zijn van te jonge dagteekening om 't werk van hem en zijne opvolgers daarnaar af te wegen. Integendeel mag men met groote waardeering aanzien den lijvigen door hem vervaardigden inventaris, die voor 't eerst de gelegenheid opende om zich zonder al te veel zoeken op de hoogte te stellen van hetgeen men

') Magnin was reeds bezig met de inventarisatie, vóórdat de ministerieele missive haar verlangde.

*) Notulen Gedeputeerde Staten d. d. 22 December 1829 n". 32.

Sluiten