Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoezeer in de eerste artikelen der instructie het belang van 't archief voor geschiedkundige doeleinden op den voorgrond was gesteld, toch zag men niet voorbij, dat het meer nut kon opleveren, ook van practischen aard. Daarom moest de archivarius (art. 11) „alle inlichtingen, opgaven, afschriften van stukken en „anderzins, zyne betrekking aangaande, die van hem door den „gouverneur, de Gedeputeerde Staten en den griffier der Staten „mogten worden verlangd,... geredelyk .. . geven". Voor 't voldoen aan aanvragen van „andere autoriteiten, ambtenaren of „personen" behoefde hij „voor het min belangryke" de machti„ging des griffiers, voor het meer belangryke" die des gouverneurs. Voor afschriften van archiefstukken ten behoeve van „byzondere personen, in hun byzonder belang en daartoe ge„regtigd zynde", mocht hij, „voor zoover zich niets tegen zoodanige „afgifte verzet", „een billyk kopyloon" vorderen. De griffier zou beslissen omtrent de „zwarigheden", die zich ten opzichte der betaling mochten voordoen.

Toelating van personen tot persoonlijk onderzoek mocht de archivarius slechts verleenen na bekomen goedkeuring van den gouverneur en met medeweten van den griffier; ten opzichte dier toelating, het gebruik van registers en stukken en het stempelen der laatste moest hij zich gedragen naar 't bepaalde bij de beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken d.d. 4 Augustus 1829 N°. 137A (art. 12).

Ten slotte zou de archivarius de belangen van 't archief ook behartigen met betrekking tot „min of meer belangryke archieven „welke zich elders mogten bevinden"; hij zou toegang daartoe trachten te verwerven om ze te kunnen raadplegen en zoo noodig afschriften te maken. Bij niet-slagen zou de gouverneur hem ter zijde staan (art. 10).

In 1847 kwam wederom van den Minister van Binnenlandsche Zaken eene aanschrijving aan de gouverneurs x). Hij wees daarin op de meerdere belangstelling, die bij geleerde genootschappen

') Aanschrijving d.d. 25 Mei 1847 N°. 181,5de Afd.;zie 't verhandelde bij den gouverneur d. d. 31 Mei 1847 N°. 3236, 22 Februari 1849 N°. 1079, 27 Maart 1849 K°. 1793.

Sluiten