Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en particulieren was ontwaakt, waarom het gewenscht was met kracht de regeling der archieven ter hand te nemen, die door den Belgischen opstand in 1830 van de baan was geraakt. In verband daarmede verzocht hij een tweede beantwoording der vragen, bij de bovengenoemde circulaire d.d. 22 Mei 1827 N°. 141 gesteld, voor zoover in den vroegeren toestand wijziging was gekomen. Men haastte zich te Assen niet, waarop een rappel van den minister volgde bij schrijven d.d. 19 Februari 1849 N°. 151. Dit hielp. De archivaris ontving een staat, waarop aan de hand van zijn rapport over 1847 eenige vragen waren gesteld, om te komen tot de wetenschap, wat gedaan en wat nog te doen was en hoeveel tijd de afwerking zou vorderen. Magnin heeft deze vragenlijst ingevuld '), en een paar dagen later bij het uitbrengen van zijn jaarverslag aan Gedeputeerde Staten daarmede rekening gehouden. Zoo blijkt ons, dat 't gedeelte van 't archief over 1795—1813 nog steeds in orde was en geene bepaalde verzorging noodig had. Uit zijne opgave —, dat „de inventarisatie „der oudste charters, zoo van de voormalige geestelijke en kerkelijke stichtingen als van wereldlijken aard, uit de 11de tot en „met de 16e eeuw, afgeloopen is" 2), — mag men niet afleiden, dat deze inventarisatie geschied is na 1829. In Magnin's inventaris d.d. 18*27/9 worden al deze stukken afzonderlijk omschreven, zoodat de „inventarisatie" ervan toen is geschied. Doch tevens blijkt ons van een zeer ongewenschte werkzaamheid. „Die stukken worden steeds vermeerderd met de zoodanigen, „welke nog gevonden worden in de paketten van bescheiden, „ welke, als tot ééne en dezelfde zaak betrekkelyk, voorloopig „by elkander zyn gebragt doch daaruit kunnen worden gemist, „voor zoover zulks aan het nagaan van den loop der zaken niet „hinderlijk is" 3).

Men zou willen vragen: Waarom de stukken, die met zorg bijeen waren gevoegd weder uiteen te nemen ? Aan de kennisneming van 't verloop der zaak schaadde dit niet, maar geeft juist dit

') Zie deze lijst in 't verhandelde bij den gouverneur d.d. 27 Maart 1849 N°. 1793.

*) Jaarverslag over 1848, uitgebracht op 20 Februari 1849, exliib. bij Gedeputeerde Staten op 22 Februari 1849 N°. 1108.

') Zie 't in de vorige noot genoemde jaarverslag.

Sluiten