Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leend aan diens opvolger. De minister verklaarde zich bij zijn antwoord d.d. 21 November 1857 N°. 121, 3e Afd., voorloopig bereid; doch merkte tevens op. dat sedert 1849 geen gevolg was gegeven aan 't bepaalde bij de instructie van den archivaris, dat van de jaarverslagen en de registers een afschrift aan zijn departement zou worden ingezonden *). Bij hun besluit d. d. 13 Maart 1858 N°. 4 besloten Gedeputeerde Staten dit verzuim te herstellen en vroegen daarom van den nieuwen titularis „afschrif„ten der registers, voor zoover die tot hiertoe bestaan, alsmede „het jaarverslag van zyne verrigtingen in 1857". De archivaris van het rijk Bakhuizen van den Brink deelde de:i archivaris in dienzelfden tijd mede, dat sedert 's gouverneurs missive d.d. 27 Maart 1849 N°. 1793 (in antwoord op 's ministers aanschrijving d. d. 19 Februari te voren N°. 151, 5e Afd.) niets meer omtrent de Drentsche archieven was vernomen, behalve dat de heer Noordziek zijn bekend overzicht in 1851 inzond 2).

Reeds spoedig na zijn optreden ontving Mr. Smidt eene nieuwe instructie, door Gedeputeerde Staten bij hun besluit d. d. 24 Juni 1858 N°. 60 ontworpen en door den Minister van Binnenlandsche Zaken bij zijne beschikking d.d. 22 Juli d. a. v. N°. 149 5e Afd. goedgekeurd. Gevolgd is daarbij, dikwijls woordelijk, de instructie d.d. 1846; kleine wijzigingen (als b. v. ook die van „gouverneur" in „commissaris des konings") kunnen buiten beschouwing blijven.

Het voorschrift om „ijverig" te zijn (art. 4) is weggelaten; doch daarmede tevens de verplichting om in 't tijdrekenkundig register te verwijzen naar den inventaris, wat wèlpractisch was; terwijl ook dit register niet behoefde te wachten op de dossiersvorming. Het „vlijtig onderzoek der archieven" bleef echter den archivaris „aanbevolen."

Eene belangrijke nieuwe bepaling ontmoeten wij in art. 8 (dat de oude artikelen 8 en volgende een nummer deed stijgen), waarbij werd voorgeschreven de vervaardiging van „indices of „registers" „op de notulen en verdere stukken van de onderschei-

•) Notulen Gedeputeerde Staten d. d. 2 December 1857 N°. 8.

2) Missive van den archivaris van het rijk d.d. 6 April 1858 N°. 25 (i/d correspondentie van den provincialen archivaris).

Sluiten