Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in bruikleen te geven. In Drente is van dit artikel nooit gebruik gemaakt of gemaakt kunnen worden. De termijn, waarbinnen de overbrenging zou moeten plaats hebben, bij art. 3 gesteld op 5 jaren, is later herhaaldelijk verlengd, en daardoor nog loopende.

Bij schrijven d. d. 10 Juni 1897 La. A afd. K. W. zond de minister den rijksarchivarissen toe Regelen voor de indeeling, ordening en inventarisatie van 's rijks archieven. Deze regels, in een 4-tal artikelen samengevat, hadden tot grondslag de besprekingen door de vereeniging van archivarissen in vroegere jaren over de genoemde onderwerpen gehouden. Zij geven de omschrijving van een archief en de bepaling, dat tot 't archief van een bestuur behooren de archieven der commissiën uit dat bestuur, — de bepaling dat in een depót behooren te worden bewaard de archieven van een college en de hem later opgevolgde besturen, en in aansluiting daaraan welke archieven in een provinciaal rijksdepöt behooren te worden bewaard, — en ten slotte eene algemeene aanwijzing omtrent de ordening en beschrijving van samenhangende archieven.

Het koninklijk besluit d. d. 26 Juni 1856 N°. 79 is thans vervangen door het koninklijk besluit d. d. 30 October 1903 N°. 29, dat hoofdzakelijk de bepalingen van vroeger overneemt, doch enkele verschilpunten oplevert. Zoo is het ter inzage geven van archiefstukken aan bekende en vertrouwde personen niet meer een kunnen, maar een moeten. Voor archieven jonger dan 1813 wordt evenwel de vergunning vereischt der autoriteit, die ze in 't archief deponeerde (art. 1). Het niet toelaten van bezoekers tot de verzamelingen zelf is thans nog scherper tot eisch gesteld (art. 3). Machtiging tot verzending van stukken wordt niet vereischt naar door den minister aangewezen openbare inrichtingen (art. 4). Zij, die van archiefstukken gebruik maken, zijn thans verplicht een afdruk te schenken aan 't depot, waaraan zij hunne wetenschap ontleenden (art. 6). Van de bepalingen in 't koninklijk besluit kan worden afgeweken voor in bruikleen gegeven archieven (art. 9). Onder „archieven" zijn ook begrepen de in een archiefdepót bewaarde handschriften, die geen deel uitmaken van een in 't depót bewaard archief (art. 10). Met dit koninklijk besluit is dus weder een stap gedaan in de

Sluiten