Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukken door die colleges verzonden met betrekking tot de domeinen. 25 Maart 1601—J621 October 4.

1 portefeuille (gedeeltelijk verbroken liassen).

NB. Een bundel brieven d.d. 15 Januari 1602—1603 Juni 21 is niet geliasseerd.

Brieven d.d. 1762, 1763 en 1767 betreffende de domeinen vindt men in Inv. N° 94.

26. „Een liasse van concepten van verscheydene besoignen „ nopende de conventen van Dickeningen ende Assen, geteijckent „„Dickeningen ende Assen — 1625"." — Brieven en stukken door Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden ontvangen en minuten van stukken door die colleges verzonden met betrekking tot de gesaeculariseerde abdijen te Dikninge en te Assen. 1 Juli 1603—1635 December 7.

1 portefeuille (verbroken liassen).

NB. Van de beide liassen, die in 1627 bestonden en waarvan ééne omschrijving in den tekst wordt medegedeeld, zijn slechts enkele stukken aanwezig.

Minuten van brieven d.d. 1640 en 1654 aan de rentmeesters van Dikninge en Assen vindt men in Inv. N°. 91.

27. „Ecclesiastica." — Brieven en stukken door Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden ontvangen en minuten van stukken door die colleges verzonden met betrekking tot kerkelijke zaken. 26 Februari 1602—1793 ... .

1 doos (verbroken liassen) en 1 portefeuille.

NB. In het begin der 17de eeuw was het gewoonte deze stukken te liasseeren. Na het overlijden van den landschapssecretaris Hubbktüs Weijnichman (1627) werd deze gewoonte prijs gegeven. Af en toe werd echter nog een stuk aan de lias gehecht. De lias loopt door tot 11 Sept. 1640, terwijl de niet-geliasseerde serie begint met 1629.

Volgens den inventaris d.d. 1627 (Inv. N°. 918 (afd. \ aria)) hebben bestaan de navolgende liassen:

1. een lias geteekend „Ecclesiastica...";

2. „ „ „ „Ecclesiastica, van den jaere 1608 totten „jaere 1620, beide incluis";

') 't Jongste stuk ia niet gedagteekend. maar moet van 1793 zijn.

Sluiten