Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84. Brieven door Drost en Gedeputeerden en den landschapssecretaris ontvangen van militaire officieren. 1734—1794.

1 bundel.

NB. Deze serie is gevormd in verband met de vermelding in den inventaris d.d. 1829 van zulk eene verzameling.

De voorhanden brieven zijn in omslagen gelegd naar gelang van 't daarin behandelde onderwerp.

85. „Brieven, rescriptiën ende anders raekendeden vijant, in „een liasse geteyk,ent „Vyant. 1605, 1606, 1607". Comen nochtans „tottet jaer 1624".— „Stucken van Gijginck contra Akent Thuis, „bijeengebonden. Bij 'svijants stucken gelecht." 13 October 1606 — 1607 September 3; 27 Augustus 1621 —1623 November 14.

1 portefeuille (verbroken lias).

NB. Aanwezig zijn brieven van en aan:

1. Micault van Indevelde, drost van Lingen, 1606;

2. Folcart van Fritema, drost van 's vijands zijde over Drente, 1606;

3. Filips van Crot graaf van Solre, overste stalmeester van Hunne Hoogheden, 1607;

4. Rijtoer van Haersolte, ontvanger der contributiën in de heerlijkheid Lingen, 1621;

5. Phil. Hozecs, houtvester te Lingen en ontvanger van 's vijands contributiën, 1622;

6. Gysbr. van Elshodt, commissaris te Groenlo, 1622;

7. 's konings rekenkamer te Roermond, 1622;

en gelijktijdige afschriften van:

a. eene memorie van Drente voor den schout te Brouchem, z. j.;

b. een brief d.d. 1621 van de (Stat. Gen. of R. v. S. ?) aan D. en G.;

c. een brief d.d. 1621 van Herman van Munster aan D. en G.;

d. eene verklaring d.d. 1623 van P. Hozeüs omtrent den wil van Hunne Hoogheden.

De brieven genoemd onder 5 en 6 vermelden de zaak ThuisGijginck.

86. „Stucken concernerende het clooster ter Aepell ende de „limiten tusschen de lantschap Drente ende Westerwoldingerlant, „in een liasse geteijckent „ter Aepell."'' 21 Juli—1 Dec. 1614.

I portefeuille (verbroken lias).

Sluiten