Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierbij stukken gemerkt ,A"-„G» waarvan afschriften bij een request d.d. 1748 aan de Staten van Drente zijn overgelegd. n brief, met bijlagen, van 1694 heeft een wormgat.

Tevens is aanwezig een afschrift van het stuk beschreven in Inv. V. 333. Dit afschrift is gewaarmerkt door „Henbicüs Flek »p(ro) t(empore) servus J(esu) Christi in Schonebeek" (hij was van 1684—1690 predikant aldaar) en werd eerst gemerkt B, later A.

Een dorsaal opschrift spreekt van „het Taterbroek of den Twiist"!

Zie regest N°. 122.

824. Stukken afkomstig van de gecommitteerden van Drente tot oplossing met die van Bentheim van het geschil tusschen ingezetenen van Schoonebeek en die van Scheerhorn over den eigendom van het hooiland „de Omkemaat". 1694/95.

1 dossier.

NB. De Drentsche commissie werd op 30 Augustus 1694 benoemd door Drost en Gedeputeerden.

325. Stukken betreffende de uitvoering der (hier in minute aanwezige) opdracht van Drost en Gedeputeerden d.d. 3 Juli 1732 aan den schulte van Coevorden, om informatiën in te winnen omtrent het weghalen van gras, op last van de regeering van het graafschap Bentheim, uit „de Pocchert", gelegen bij Coevorden, alsmede omtrent de ligging, de grootte en den eigendom van dit land. 1732.

1 omslag.

NB. De opdracht geschiedde naar aanleiding van den hierbij aanwezigen brief van den mede-belanghebbende A. van Eerden. In dienzelfden brief deelde hij mede, dat ingevolge een besluit van den Raad van State de opstal van de landen, gelegen binnen 80 roeden rondom Coevorden, moest worden geslecht; dat daaronder ook was begrepen een stuk land, behoorende tot de domeingoederen ; waarom hij verzocht, dat Drost en Gedeputeerden order zouden stellen op de slechting en uitroeiing van de daarop aanwezige bosschen.

Bij bovengenoemd besluit van Drost en Gedeputeerden droegen zij daarom tevens aan den gewezen en den tegenwoordigen schatbeurder op, om eene notule van de grootte en de ligging van meerbedoeld land op te stellen en deze te overhandigen aan A. van Eerden voornoemd; terwijl deze laatste werd gemachtigd om daarna de bosschen te laten uitroeien.

Sluiten