Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NB. Ontbreken van de volgens de „notule" ingekomen opgaven die van Diever, Echten en Gieten ; die in antwoord op de l8te wn. schrijving zijn gering in aantal. Bij sommige opgaven andere stukken op de zaak betrekking hebbende.

c. „Notule ofte register van 't geene die schoelmesters der „lantschap Drenthe bij der lantschap tot subsidie van haer onderhout geaccordeert is", 24 Sept. 1631-1641 Oct. 23; met de daarbij behoorende requesteD (en 2 stukken d.d. 1632 en 1634, waarop geene ordonnantie van betaling gevolgd is);

d. Stukken betreffende geschillen naar aanleiding der schoolmeesters-tractementeu:

Coecange (1634);

Westerbork (1632/3, 1637, 1665);

Ruinen (1633, 1637);

Oosterhesselen (1766/9);

Hijkersmilde (1771).

NB. De stukken betreffende Hijkersmilde zijn requesten om verhooging van tractement.

357. „N°. 16. Stukken rakende de tractementen van predikanten, schoolmeesters en organisten. 1800." — Opgaven van de predikanten en de schoolmeesters in het voormalig gewest Drente van hunne inkomsten van 's lands wege boven hun tractement. Juni, Juli 1800.

1 portefeuille.

NB. Deze opgaven zijn ingezonden aan de Commissie van Financie in het voormalig gewest Drente, ter beantwoording harer circulaire d.d. 1 Juni 1800.

De commissie vroeg deze opgaven om te kunnen indienen bij den Agent van financiën der Bataafsche republiek de door hem verlangde „opgave der revenuen van zodanige geestelijke goederen, „welken bij het 4de der additionele articulen in de acte van „staatsregeling bedoeld" door de predikanten en de schoolmeesters werden geadministreerd.

Acta synodi.

35S. „Acta synodi Drenthinae".— Resolutiën der provinciale synode van Drente over 1622—1790, met marginale resumtie door Drost en Gedeputeerden (tot 1728) en namens den stadhouder (tot 1693), en door Ridderschap en Eigenerfden (sedert 1731). 1622—1790.

6 portefeuilles.

Sluiten