Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontbreken de staten over December 1802 en Maart 1803.

Gelijke staten over Juli 1805-1808 November zijn te vinden in de archieven van den Raad van Financiën en van den landdrost (Inv. Nos. 1460 en 1557). Vergelijk Inv. N°. 1148.

602. Cedelen van de verpachting, door of namens Drost en Gedeputeerden en 't Interm. Admin. Bestuur der erven en landerijen, behoorend tot het rentambt Assen, over Mei 1610—1802 of Mei 1805. 1610—1798.

2 portefeuilles

NB. Ontbreken de cedelen der verpachtingen over Mei 1622/25 en Mei 1648/55.

Hier schijnen aanwezig te zijn exemplaren zoowel van de Staten als van den rentmeester of wel concept-cedelen en grossen.

Van den cedel der verpachting ingaande Mei 1616 is nog een exemplaar voorhanden, in eenigszins andere volgorde en met opschrift „Overgelevert den XXVI™ May 1617, J. Lyphardt, „1617"; van den cedel der verpachting ingaande Mei 1625 zijn 2 exemplaren. Tusschen de cedelen van 1642 en 1655 ligt een lijst der pachters met aanteekening omtrent hunne borgtocht. De cedelen d.d. 1655 en 1763 zijn in duplo aanwezig.

In den cedel van de verpachting d.d. 21 November 1798 ligt een ongeteekende brief aan den landschapsklerk D. van Roten, met verzoek den schrijver uittreksels uit eenige stukken te zenden, (1803?).

603. Schuldbekentenissen, ten behoeve van Drente afgegeven, wegens achterstallige huren van goederen te Benneveld, Vries, Witten en Zeyen. 1710.

7 charters.

604. Processen-verbaal van verhuring door de Commissie van Financie van landerijen, behoorend tot het rentambt Assen, met inlassching der voorwaarden van verhuring. 1802.

1 omslag.

NB. De huur eindigde voor sommige landerijen op den laatsten December 1802, voor andere op den laatsten April 1803.

605. Staten der landerijen behoorend tot het rentambt Assen, met opgave der pachters en pachtsommen, 1689, 1742, 1764, 1770, 1776, 1782, 1789, (1795?). Met, memorie om 't canon „te Assen te verhogen", d.d. ± 1755.

1 portefeuille.

Sluiten