is toegevoegd aan uw favorieten.

De archieven der elkander vóór 1814 opgevolgde gewestelijke besturen van Drente

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

abdij en van „syn bewaester voer haeren truwen

„dienst," 1612;

b. afschrift van den proveniersbrief van Kakst Jans: d.d. 17 Maart 1569, „daer hij mede in den convente gecoeraen is," (1615?).

Zie regest N°. 134.

Dit afschrift is gewaarmerkt door den secretaris der stad Hasselt S. Siccama.

Een S(ybrand) Siccama wordt als secretaris van Hasselt vermeld in een jaar tusschen 1563 en 1594 en in 1618; in 1601 zou hij (tijdelijk) uit Hasselt vertrokken zijn (Inventaris archief Hasselt blz. 27, 40, 59).

Op 13 Oct. en 30 Nov. 1615 werd bij Drost en Gedeputeerden behandeld de afgifte van een deel der erfenis van Kerst aan zijne erfgenamen. In verband met den proveniersbrief werden aan den rentmeester bevelen gegeven. Misschien is daarvoor het hier vermeld afschrift, gewaarmerkt door den secretaris der stad Hasselt S. Siccama, vervaardigd.

Voor deze onderstelling pleit, dat in 't stuk onderhaald zijn zingedeelten betrekking hebbende op de regeling der nalatenschap.

Domeinen en geestelijke goederen.

672. Opgaven der landerijen, bosschen en huizen enz behoorend tot de domeinen en geestelijke goederen van het Bataafsche volk gelegen in 't voormalig gewest Drente, met gemotiveerde voordrachten tot hun verkoop. 1800.

2 stukken.

NB. Het eene stuk behoort tot de notulen der Commissie van Financie d.d. 15 Mei 1800 (N°. 3), gelijk ook in dorso vermeld staat. Het is eene bijlage tot een rapport, in die vergadering uitgebracht door gecommitteerden ad hoe uit genoemde Commissie naar aanleiding van een schrijven van den agent van financiën d.d. 9 April 1800.

Het voldeed echter niet aan de inzichten van den agent, die daarom bij schrijven d d. 27 Juni 1800 Litt. B. eene nadere opgave vroeg (notulen Commissie van Financie d.d. 16 Juli 1800 (N°. 5.) Dientengevolge werd de in de tweede plaats aanwezige opgave vervaardigd, die op 19 Juli d.a.v. werd vastgesteld en aan den agent ingezonden. Dit laatste stuk heeft tot dorsale aanteekening „behorende bij de notulen van d. 19e Julij 1800." De stukken schijnen afgescheiden van de notulen bewaard te zijn geweest.

14