Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

State, „die de volcommene dispositie van de domeinen doenmaels „anveerde," de verdere betaling geweigerd. Dit gaf aanleiding tot eigenrichting bij van Ensse, die echter na represaille-maatregelen van Drente met zijne vexatiën ophield. De domeinen werden in 1598 weder ter beschikking van Drente gesteld.

In 1605 „met 's vyants leger over Ryns gecomen synde", herhaalde van Ensse zijne vordering en kreeg met geweld een jaar rente binnen, waarbij hij de jaren 1595—1597 onbesproken liet, „wel wetende dat den Raedt van State hem van deselve jaren „weinich soude te wille wesen."

In 1609 hield zijne weduwe opnieuw aan bij Drente om betaling der rente en wel over 1595—1598 (over 1599—1605 was betaald geworden). Eidderschap en Eigenerfden meenden echter daartoe niet gehouden te zijn, omdat koning Philips indertijd had beloofd de domeinen niet te belasten zonder hunne medewerking. Nadat de zaak toen eerst was aangebracht op een goorspraak, wisten Drost en Gedeputeerden den voortgang te beletten onder bewering, dat de zaak behoorde berecht te worden door de Staten-Generaal. Dit gaf der weduwe van Ensse aanleiding zich te richten tot de Staten-Generaal. Doch nu werd door Drente opgeworpen de exceptie gegrond op hei privilege de non evocando. Tegenover de Staten-Generaal moest echter Drente op den duur zwichten en zoo zien wij de zaak dienen op de goorspraak te Eolde in 1616 en sedert 1617 op het lotting. Van de zijde van Drost en Gedeputeerden werd toen gezorgd, dat de verdediging zoo goed mogelijk zou zijn; daarom ontving 's landschaps agent in 's Gravenhage Mr. J. van Tongeren vele der (of alle?) gewisselde stukken, opdat niemand minder dan Hdqo dk Groot zijn bijstand zou verleenen. Diens gevangenzetting juist in dezen tijd maakte, dat de processtukken een tijdlang zoek waren.

Enkele stukken zijn afkomstig van Drente's gecommitteerden naar 's Gravenhage, doch werden blijkens een merkteeken achterop hierbij bewaard.

Hierbij ook een brief d.d. 1618 van Drost en Gedeputeerden aan Hugo dk Groot, bij de teruggave der processtukken weer door Drost en Gedeputeerden terugontvangen.

Vergelijk het archief van den agent van Tongeren (Conc. Inv. Arch. Ambtenaren enz. N°. 146).

075. „D' vrouw weduwe Rabenhauit contra rent.mr. Vos,

Sluiten