Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. brieven van de schuiten in Drente aan de commissie of den landschapssecretaris betreffende de overbrenging ter landschapssecretarie van geweren e. a. voorwerpen, behoorende aan de genootschappen en societeiten, 1 Oct. 1787—1788 April;

4. informatiën door eenige schuiten en keurnooten ingewonnen op last van den drost „nopens het gedrag van enige kerkelyke „en andere personen in deze landschap," 14 Februari 1787—1788 Januari 5, bij uittreksel afgedrukt in het rapport sub 1 op bladz. 101—113;

5. berichten van de schuiten in Drente ingevolge aanschrijvingen van Drost en Gedeputeerden d.d. 30 Aug. en 13 Sept. 1788 — waarbij hun toegezonden werd de „Naamlyst der leeden van „de vernietigde exercitie-genoodschappen . .. welke nalatig zyn „gebleven, het declaratoir by de heeren Ridderschap en Eigen„erfdens den 20 Dec. 1787 eenparig gearresteert, intyds te „tekenen . .(zie Inv. N°. 787), — met verklaring omtrent hunne ervaring bij het nogmaals tot teekening aansporen; met de „Naamlyst"; 20 September—25 October 1788.

787. Uittreksel uit de resolutiën van Ridderschap en Eigenerfden d.d. 24 Maart 1789 met „Naamlyst der leeden van de ver„nietigde exercitie-genoodschappen, werkende of honoraire burger„societeiten en directeuren van het zogenaamde vaderlandsche „fonds, welke nalatig zyn gebleven, het declaratoir, by de heeren „Ridderschap en Eigenerfdens den 20 Dec. 1787 éénparig gearresteert, intijds te tekenen, en dus conform resolutie van hoog„gem. heeren Staten in dato den 30 Jan. 1788 tot het waarnemen „van politique of kerkelyke bedieningen binnen dese landschap „onbekwaam verklaart". 1789.

1 stuk (gedrukt).

788. ,N°. 11. Geseponeerde requesten van leeden van ge„wezene exercitie-genoodschappen en societeiten". — Requesten, met bijlagen, van de leden der in 1787 opgeheven exercitiegenootschappen en burger-societeiten aan de Representanten, om restitutie der bij de opheffing ontnomen archieven, wapenen en andere goederen. 1795.

1 dossier.

NB. Eenige requesten zijn in dorso genummerd respectievelijk Nos. 2, 3, 4,11, 15. — Op 27 Februari 1795 werd bij Representanten gelezen het request van Hoogeveen (N°. 4), doch daar-

Sluiten