Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de overige ingezetenen iD de grondschattingen werd bijgedragen.

Drost en Gedeputeerden werden gemachtigd daartoe de noodige orders te geven.

859 „Register van grondschattingen". „Register van omme„slagen." — Lijst van den aanslag der kerspelen in de grondschattingen en omslagen, c. 1750.

1 stuk.

Grondschatting en omslagen (heffing over de kerspelen).

860. „91. Carspelen-quota van de 2000 ende een vierendeel „1722". — „Lijste ofte register, waernae die carspelen der „lantschap Drenthe metten resorte van dijen haer maentlijcke „quota tot tweduijsent ende een vijerndeel sullen betaelen. . " over 30 April 1632—1633 Maart 31. 1632.

1 stuk.

801. Lijsten van de opbrengst der grondschattingen in 1702 en 1703. 1702, 1703.

1 omslag.

862. Stukken betreffende het executeeren van goederen van schatbeurders op last van den ontvanger-generaal, wegens niet betaling van achterstallige schattingen. 1720.

1 omslag.

NB. Op den landdag van 15 Maart 1718 werd door den ontvanger-generaal H. J. Ellents overgegeven een staat der door aangeslagenen niet betaalde restanten. Besloten werd, deze bij executie en inlegering te doen innen; den schatbeurders werd aangemaand de inning te bevorderen. Afdoende hielp dit niet; den volgenden landdag (21 Maart 1719) werd weder geklaagd over de „restanten, seer hoge lopende door het verderf van „tijden en onagtzaamheit sommiger schatbeurderen". Een „notule" werd daarvan opgemaakt, terwijl geïnd zouden worden „de oude „restanten, die te bekomen zijn", en der grootste. De ontvanger mocht daartoe de goederen der schatbeurders publiek doen verkoopen, die dan verhaal konden zoeken op hunne debiteuren. Gelijk uit de resolutiën van den volgenden landdag (19 Maart 1720) blijkt, hielp dit nog niet en werden daarom de maatregelen volgehouden.

18 Maart 1721 waren wederom de restanten aan de orde en

Sluiten