Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bovengenoemde Adriaax Paüw verkreeg van de Staten van Drente het recht, over de heerlijkheid bij testament of op andere wijze te beschikken (resolutie Ridderschap en Eigenerfden d. d. 11 Februari 1634); hetzelfde recht werd later verleend aan Michael Paüw (resol. Ridderschap en Eigenerfden d. d. 31 October 1654) en aan A. M. van Marcelis, vrouwe van Hoogersmilde, (resolutie Ridderschap en Eigenerfden d. d. 22 Maart 1763).

Den 2 Juli 1642 werd tusschen den heer van Hoogersmilde en de participanten der Dieverder, Legler en Smilder venen overeengekomen omtrent de jurisdictie in de heerlijkheid, hoofdzakelijk met betrekking tot de venen, wegen en wateren.

De heerlijkheid bleef in de familie Pauw tot den dood van Adriaan Paüw (8 Maart 1687 beleend). Deze liet de heerlijkheid na aan zijne eenige zuster Adriana Pauw, weduwe van Frans van Marcelis, (op 4 Juli 1711 beleend), na wier dood haar oudste zoon Frans van Marcelis op 28 Oct. 1713 het leen ontving. Diens dochter Adriana Margaretha (op 5 Nov. 1728 beleend) huwde 11 Sept. 1748 met Henry Cliffort; na haar overlijden ontving deze zelf de heerlijkheid in leen op 13 November 1764. Mr. Martin Alewijjj, echtgenoot hunner dochter Johanna, werd na den dood zijner vrouw beleend op 25 Februari 1793.

Hoorngeld.

905. „22. Papieren betreffende de gewezen pagter J. A. „Haseken" 1799.

1 dossier.

NB. Dit dossier is waarschijnlijk onvolledig.

Het bestaat uit berichten der schuiten in 't ressort van den voortvluchtigen pachter van het hoorngeld J. A. Haasken aan de Gecommitteerde Representanten omtrent het door hen, ingevolge hunne aanschrijving d.d. 31 Januari 1799, verrichte ter invordering der door Haasken nog niet ingevorderde gelden.

Daarenboven is aanwezig een proces-verbaal van den eed afgelegd door W. Haasken, dat hij, toen hij 80 mudden rogge kocht van zijn zoon J. A. Haasken, te goeder trouw heeft gehandeld en inderdaad heeft betaald.

IJk.

90(i. Minuteele en gedrukte ordonnantiën van Ridderschap en Eigenerfden en Drost en Gedeputeerden op den ijk van maten en gewichten, met daartoe betrekkelijke stukken. 1699, 1719, 1733, 1753, 1786.

1 portefeuille.

Sluiten