Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap en Eigenerfden, 1696, 1716, 1788; met eenige stukken daartoe betrekkelijk. 1696—1788 en z.j.

1 portefeuille.

NB. Bij besluit van 12 Februari 1661 voerden Ridderschapen Eigenerfden eene belasting in op de collaterale successiën en vrijwillige verkoopingen ten laste van de inwoners van die provinciën, waar Drenten eene dergelijke belasting moesten betalen. Sedert 1696 (resolutie R. en E. d.d. 21 Januari 1696) werden voor collaterale successiën ook Drenten aangeslagen, doch lager. Later (resolutie Ridderschap en Eigenerfden d.d. 21 Maart 1741) werd zoowel voor Drenten als anderen de belasting bepaald op den 30sten penning van erfenissen, den 40s'e« van vrijwillige verkoopingen.

Behalve de reglementen zijn aanwezig: stukken betreffende de samenstelling der reglementen d.d. 1696 en 1788; een concept-plan tot wijziging van dit laatste; en stukken betreffende de uitvoering door Drost en Gedeputeerden van het besluit van Ridderschap en Eigenerfden d.d. 24 Maart 1778, waarbij werd bepaald dat de aangiften in de 3(H« en 40^ penningen voortaan niet meer bij den ontvanger, maar bij de schuiten moesten worden gedaan, die daarvan op door Drost en Gedeputeerden te bepalen tijdstippen uittreksels ter landschapssecretarie moesten inzenden (1779).

1025. Uittreksels uit de protocollen der aangifte in de belastingen van de 308te en 406tp penningen wegens collaterale successiën en aankoop van vaste goederen over 1779—1794 en 1802—1804. 1779-1805.

7 portefeuilles.

NB. Deze uittreksels werden door de schuiten ter landschapssecretarie ingezonden.

Zie de noot bij Inv. N°. 1024.

De inzending der uittreksels, die aanvankelijk eens per jaar plaats had, werd bij reglement d.d. 15 Januari 1788 kwartaalsgewijze verlangd.

De uittreksels over de eerste drie maanden van 1805 berusten, hoewel misschien ingekomen in April 1805, bij de overige uittreksels over 1805 ingekomen bij den Raad van Financiën (zie Inv. N». 1484 (afd. Arch. 1805-1813). Immers de administratie liep over een geheel jaar. Splitsing aan te brengen scheen ongewenscht.

Sluiten