Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NB. In 't najaar van 1640 was Drente weder groote sommen ten achter aan de generaliteit. De Raad van State ging toen tot dadelijkheden over, en liet den gedeputeerde jr. W. H. van Welvelde in 's Gravenhage „detineren". Dit had 't gewenschte gevolg. In 't voorjaar van 1641 werden door Drente de noodige gelden opgenomen, om de door v. Welvei.de ter verkrijging van zijn ontslag gedane beloften te vervullen.

De stukken bestaan meerendeels uit rekeningen van den agent omtrent hetgeen door hem ter zake ontvangen en uitgegeven was, met bewijsstukken en ongedagteekende afschriften op zegel der 5 in 1650 afgeloste obligatiën d.d. 1641 (zie Inv. N°. 1089).

1089. „Vijff affgeloste obligatiën van de lantschap Drenthe, „bedragende tsamen 18 000 uitgegeven 30 April 1641, door Drente's agent in 's Gravenhage M. van Persijn afgelost; met eene nota van zijne ontvangst en uitgave ten dezen en kwijtingen voor het van Drente ontvangen bedrag. 1650

1 dossier.

1090. Stukken betreffende de uitgifte eener leening groot 10.500 gulden ten laste van Drente, ter afbetaling van den ritmeester Harmen Kloekens. 1643.

1 omslag.

NB. Hierbij de kwijting van Drente door den ritmeester.

1091. „90. Staet sommir vant gene tot laste van de landt,schap verset ende genegocieert is, den 25 February 1652 gestelt „door den secretaris Struuck. 90". 1652.

1 stuk.

1092. Afschrift der vrijwaring, door eenige leden van Ridderschap en Eigenerfden afgegeven aan den landschrijver J. Schickhart en den landschapssecretaris J. StruüCK, met betrekking tot hunne borgstelling voor de door den ontvangergeneraal ten dienste van Drente opgenomen 36.000 gulden en de renten daarvan. 1652.

1 stuk.

NB. Het afschrift is gewaarmerkt „J. Struück, 1652".

1093. «1653, wegen 't opnemen van 30.000 £ Ct".— „Acte" (van Drost en Gedeputeerden) „opten agent Mr. Marten van „persijn om 30.000 guldens voor die landtschap Drenthe te

Sluiten