Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Enkele atukken zijn waarschijnlijk afkomstig van den landschapssecretaris (particulier).

1105. „Bericht an den heer drost gesonden in Juli 1779," omtrent de wijze van negotiatie van 200.000 gulden.

1 stuk.

NB. Het stuk is van den hand van den landschapssecretaris Mr. C. W. Ellents.

1106. „Lijste der carspelen, die hunne gelden, in de geforceerde negotiatie opgeschoten, hebben teruggeëischt. N°. 5". — Lijst der kerspelen, die het door hen gestorte in de op 25 November 1794 door Ridderschap en Eigenerfden uitgeschreven gedwongen leening, naar aanleiding der publicatie der Representanten d.d. 24 Maart 1795, hebben teruggevorderd. Met de brieven der kerspelen (genummerd 1— 12). 1795.

1 dossier.

NB. Ter vergadering van Ridderschap en Eigenerfden d.d. 17 October 1794 werd behandeld „de gevoeglijkste wijse en „extra-ordinaire middelen om 's lands comptoir in deze bekom„merlijke tijden door de respective carspillen deser landschap tot „een nader te bepalene somma en binnen een vast te stellen „korte termijn van de benodigde penningen te voorsien". Ingevolge het toen besprokene en de later ingekomen adviezen besloot de landdag op 25 November d. a. v. tot de heffing eener gedwongen geldleening van 100.000 gulden.

„Ter herstelling van 's landschaps credit" brachten de Representanten op 24 Maart 1795 de toegezegde rente terug van 4% op 3%, zoowel voor de nog te storten als voor de reeds gestorte gelden; „terwijl een ieder de faculteit behoudt om syn capitaal „tegen 3 pet. ten laste der landschap niet begerende te continueren, „terug te kunnen eischen". Het toestemmen in de rente-vermindering zou evenwel aangemerkt worden „als een kenteken van „zuivere vaderlandsche beginsels".

Hierbij een schrijven van P. A. G. van Heiden, dat hij genegen is, de door hem aan het kerspel Zuidlaren voor die leening voorgeschoten gelden „tegen 3 pc. op de landschap te ... „laten verblijven."

1107. „72. Pacquet afgeloste obligatiën".— Vervallen en

Sluiten