Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierbij eene verklaring d.d. 26 Febr. 1634 van den schulte te Budding- en Haakswolde omtrent eene in verband met de onderhavige zaak gedane aanzegging aan personen, om zich niet uit 't Wold te verwijderen, voordat de zaak was opgelost.

1201. Stukken betreffende het door Drost en Gedeputeerden verrichte tot oplossing van het geschil tusschen de „bouwluiden" en de „coeteren" te Ruinen, over den aanslag der laatsten in de op te brengen contributiën. 1632/33.

1 bundel.

NB. Vergelijk Inv. N°. 1207.

1202. Stukken betreffende het proces in hooger beroep voor de Sta ten-Generaal, door Drost en Gedeputeerden ingesteld van de uitspraak van den Raad van State d.d. 11 Februari 1634 en diens interlocutoire sententie d. d. 6 Juni 1629, in haar proces met den heer van Ruinen over het ressort dier heerlijkheid. 1634/35, 1642—1654.

1 dossier en 1 kaart.

NB. 't Is niet zeker, of de hierbij aanwezige kaart hier behoort. — Hierin enkele brieven aan den landschapssecretaris.

Van 1636—1641 zijn geene stukken aanwezig. De stilstand van het proces in 1635 was misschien te wijten aan het overlijden in 1634 van Henrick van Monster heer van Ruinen.

Een uittreksel uit de resolutiën der Staten-Generaal d.d. 27 Sept. 1641 is in dorso gemerkt „Generaliteitsbrieven". Een ander uittreksel d.d. 1 Maart 1642 is in dorso gemerkt „W."

Het proces werd beëindigd bij sententie d.d. 3 Januari 1654, waarbij het gezag van Ridderschap en Eigenerfden werd erkend.

1203. Stukken betreffende het verzet van den heer van Ruinen tegen de door Drente voorgenomen markescheiding van Ruinen. (1636).

1 omslag.

NB. De heer van Ruinen verzette zich tegen de markescheiding, op grond dat in het voor de Staten-Generaal aanhangig proces met Drente over het ressort der heerlijkheid nog geene uitspraak was gedaan.

1204. Stukken betreffende klachten van den heer van Ruinen aan de Staten-Generaal over het door drost en 24 etten

Sluiten