Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen van Henrick Alerts Tyng in 't bezit van een erf in Ruinen, hangende het proces over het ressort der heerlijkheid. 1640/1.

1 dossier.

1205. Stukken betreffende het verzet van Drente tegen het voornemen van den heer van Ruinen tot herziening van het landrecht 1651.

1 dossier.

NB. Drente verzette zich uit overweging, dat deze herziening was „een saecke die notoirlicken de hoge landts-overicheyt „ende niet een particulier heere is competerende".

1206. Overeenkomst tusschen Ridderschap en Eigenerfden en den heer van Ruinen ter uitvoering van de sententie der Staten-Generaal d d. 3 Januari 1654; met stukken betreffende de voorbereiding ervan. 1654

1 dossier.

1207. Stukken betreffende het proces in revisie, voor Ridderschap en Eigenerfden gevoerd door de keuters van Ruinen tegen de bouwlieden aldaar met den rentmeester van Dikninge, over den aanslag der keuters in de door de heerlijkheid Ruinen op te brengen omslagen. 1636/44.

1 dossier.

NB. Nadat de zaak reeds van 1624 aanhangig was geweest en Drost en Gedeputeerden op 5 Febr. 1636 uitspraak hadden gedaan ten nadeele der keuters, wendden dezen zich tot Ridderschap en Eigenerfden. Veel baat gaf dit niet. Misschien vonden R. en E. de beslissing van D. en G. onbillijk, doch meenden zij 't prestige van 't College te moeten handhaven door geene tegenbeslissing te geven. Immers zij stelden voortdurend de zaak uit, om ten slotte partijen aan te raden eene oplossing in der minne te zoeken. Dit is geschied, op 8 Febr. 1644 werd de zaak geregeld. De commissie uit Ridderschap en Eigenerfden, die deze oplossing zou bevorderen, besloot den volgenden dag, niet de overeenkomst te bekrachtigen doch haar op den volgenden landdag aan R. en E. voor te leggen. De resolutiën (tot 1647) zwijgen echter over deze zaak.

Vergelijk Inv. Xos. 1201 en 1723 (afd. Rechtdagen).

Sluiten