Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gehandhaafd in zijne functie als schulte van Dalen en Oosterhesselen, hem door den drost Rabenhaupt, met goedkeuring van Ridderschap en Eigenerfden, opgedragen. 1675.

1 dossier.

NB. In 1672 was wegens het overlijden van den schulte van Dalen en Oosterhesselen deze functie komen te vaceeren. In 1673 werd door den drost Rabenhaupt tot schulte benoemd Johannes Bottichius, welke benoeming den 7 October 1673 door Ridderschap en Eigenerfden werd bekrachtigd. De vorige, ontzette, drost Henrick Munster Wilhelm van Bernsauw, heer van Ruinen, betwistte echter het recht tot deze benoeming, op grond dat de vacature was ontstaan tijdens zijn drostschap. Toen hij na den dood van den drost Rabenhaupt weder in het drostambt werd hersteld, benoemde hij dan ook tot schulte van Dalen en Oosterhesselen Jan Krul, den broeder van den in 1672 overleden schulte Eilardt Krul.

Op grond van het door de Utrechtsche bisschoppen aan de ingezetenen van Drente verleend jus de non evocando verzochten Drost en Gedeputeerden aan de Staten-Generaal de beslissing in dezen niet te vellen, doch de zaak te renvoieeren aan Ridderschap en Eigenerfden, als hoogste macht in Drente.

Hierbij een brief d.d. 1673 van van Bernsadw aan den landschapssecretaris W. Sichterman over deze zaak.

1230. Stukken betreffende de vergoeding, door Drost en Gedeputeerden geschonken aan P. Budde, verwalter-schulte van Vries, in verband met de opdracht van het schuitambt aan L. WoLTllERS. 1692, 1698

1 dossier.

XB. De gecommitteerden tot den rekendag droegen 't schuitambt op aan L. Wolthers, met voorbijgang van den door den stadhouder tot verwalter benoemden P. Budde. Door bemiddeling van den stadhouder verkreeg deze daarop „een soldaten„paeie tot dertich stuivers sweekx onder de comp®. van de capt. „Rutger van Dongen."

Secretarie.

1231. „Ordre op de jura ter secretarie." 1758.

1 stuk.

XB. Dit stuk (genummerd „36") is een uittreksel uit de resolutiën van Drost en Gedeputeerden dd. 18 Febr. 1758.

Sluiten