Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NB. De landdrost vroeg deze lijsten bij zijne aanschrijving d.d. 28 Augustus 1810 N°. 5 naar aanleiding van een missive van den minister van financiën d.d. 22 Augustus 1810 N°. 14, aaD wien de oorspronkelijke lijsten moesten worden ingezonden.

De meeste lijsten zijn in duplo aanwezig.

Plantage.

1606. Stukken betreffende het doortrekken van de hoofdlaan van het Asser bosch tot het „plein". 180910.

1 dossier.

Punterdijk.

1607. Stukken betreffende de tusschenkomst van den landdrost bij de regeering der stad Groningen en den landdrost van het departement Groningen, opdat den ingezetenen van Drente op den Punterdijk eene opslagplaats van goederen worde toegestaan; met het request van M. Poppes te de Punt waarbij deze tusschenkomst werd uitgelokt. 1807/9.

1 dossier.

Quotisatie 3 millioenen.

NB. De considerans der wet op de quotisatie deelt mede, „dat „tot het vinden van het te kort op de gewone inkomsten van „den staat over het jaar 1808 zal geopend worden eene geldleening „van dertig millioenen guldens." De renten en het benoodigde ter aflossing zouden worden gevonden uit een jaarlijksche belasting van 3 millioen guldens (art. 11), waarin Drente, als in de generaliteitsquote, '/ïoo zou bijdragen (art. 12). De landdrosten zouden de quoten over de gemeenten „repartiëren," „en deze repartitie „brengen ter kennis van den minister van finantiën" (art. 13). De gemeentebesturen zorgden voor den omslag ter plaatse (art. 14), doch zouden van ieder belastingbetalende b°/0 extra vorderen (art. 15) ter vergoeding van de aanslagen, waarvan ontheffing zou worden verleend, en ter vinding van de kosten van inning (art. 21).

1608. Concept-staten voor de „quotisation de 1808, départe„ment de Drenthe," vermeldende de klassen van aanslag en de „nombre des contribuables et montant de leurs contributions," gemeentegewijze. (z. j.).

1 omslag.

Sluiten