Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

financiën en den directeur-generaal der publieke schatkist; bovendien zou de minister afschrift ontvangen der beweegredenen.

Bij sommige stukken zijn begeleidende brieven aanwezig.

1611. Verzamelstaat uit de registers van aanslag in de jaarlijksche quotisatie van 3 millioen gulden, uitgeschreven bij de wet van 80 Maart 1808. 1808.

1 stuk.

NB. Deze verzamelstaat is opgemaakt door de assessoren ingevolge beschikkingen van den landdrost d.d. 15 September 1808 N°. 4 en 11 October 1808 N°. 3, en behoort bij een rapport door de assessoren op 5 December 1808 bij den landdrost ingezonden.

De landdrost hield het rapport met den staat op 6 December

1808 (N°. 4) in advies, doch zond op 9 December d.a.v. (N°. 7) afschrift van dezen verzamelstaat aan den minister van financiën (uitgaande brief Litt. E. N°. 60) ter beantwoording van diens missive d.d. 3 October 1808 2de Bureau N°. 26.

1612. Opgaven door de schuiten en gemeentebesturen van de ingezetenen, die uit hoofde hunner armoede niet zijn aangeslagen in de jaarlijksche quotisatie van 3 millioen gulden, uitgeschreven bij de wet van 30 Maart 1808. 1809.

1 portefeuille.

NB. Deze opgaven werden ingezonden in antwoord op de aanschrijving van den landdrost d.d. 21 Januari 1809 N°. 8.

Hierbij ook het commissoriaal van den landdrost d.d. 4 Februari

1809 N°. 16, waarbij de stukken in handen werden gesteld van den commies Tabingh, om daarvan gebruik te maken voor de algemeene lijst omtrent die heffing, welke aan den koning zou worden gezonden.

1613. Declaratiën der schuiten van de onkosten gevallen op het vervoer der gelden, opgebracht in de jaarlijksche quotisatie van 3 millioen gulden; met begeleidende brieven. 1809.

1 omslag.

NB. De landdrost had inzending der genoemde declaratiën verzocht bij beschikking d.d. 24 Februari 1809 N°. 4.

Quotisatie io millioenen.

1614. Stukken betreffende de wijze, waarop kon worden

Sluiten