Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en droeg de verdere behandeling op aan den secretaris-generaal. Diens op 27 September 1808 (N°. 7) ingekomen rapport werd denzelfd#n dag aan de 2de sectie van den staatsraad verzonden (uitgaande brieven Litt. D N°. 123).

De ingekomen opgaven zijn niet volledig aanwezig.

Tollen.

1634. Opgaven der schuiten en gemeentebesturen omtrent de „tollen in hot departement Drenthe, (aan) het rijk" of' „aan particuliere ingezetenen toebehorende". Met daaruit vervaardigde lijsten en desbetreffende aanteekeningen. 1809.

1 dossier.

NB. Op 18 Januari 1809 (N°. 1) stelde de landdrost de behandeling uit eener dispositie van den minister van binnenlandsche zaken d.d. 12 Januari 1809 N°. 1, waarbij den landdrosten werd verzocht den minister in staat te stellen, de nooilige voordracht aan den koning te doen met betrekking tot art. 22 van het marschreglement voor de landmacht, door Z. M. bij besluit d.d. 4 Januari 1809 N°. 5 vastgesteld. Toen het koninklijk besluit was ingekomen, stelde de landdrost op 21 Januari d.a.v. (N°. 4) de stukken in handen van den chef de bureau y. d. Feltz, tot het ontwerpen eener aanschrijving aan de gemeentebesturen, waarbij het marschreglement aan hen zou worden toegezonden en tevens van hen werd verlangd de noodige opgaven met betrekking tot genoemd art. 22. Dit artikel bepaalde, dat schadeloosstelling zou worden verleend aan de pachters en eigenaars van tollen, daar zij ingevolge artt. 17—19 van het reglement bij passage van militairen en hunne transporten geen of minder tolgeld ontvingen. De antwoorden op de op 26 Januari 1809 (N°. 1) vastgestelde aanschrijving, dienden den chef de bureau tot het opmaken van 2 lijsten der tollen in het departement Drente, welke krachtens besluit van den landdrost d.d. 29 April 1809 N°. 1 bij brieven Litt. F. N09. 93 en 94 aan den minister van binnenlandsche zaken werden toegezonden.

Tour v/d. landdrost.

1625 Minuteel „Verbaal van het voorgevallene op de tour „van den landdrost door het departement" van 31 Mei—8 Juni 1808. 1808.

1 stuk.

NB. De rondreis schijnt niet in de laatste plaats te hebben

Sluiten