Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is sedert 26 Sept. 1627 slechts een register. Na het overlijden toch van den landschapssecretaris Hürertds Weijnichman (Augustus 1627) werd door zijn opvolger Johajj Strudck een afzonderlijk protocol voor de „rechtdagen" aangelegd, waarin alle beslissingen in geschillen werden opgeteekend. Sedert dien tijd is dus in het archief eene afzonderlijke rubriek geopend voor het verhandelde op de rechtdagen.

In verband hiermede vindt men dus de stukken van voor 1627 betreffende het in rechtdagszaken verhandelde als bijlagen tot de gewone resolutiën van Drost en Gedeputeerden of tot het bovengenoemde protocol met sententiën op vordering van den advocaat-fiscaal en de stukken van jongere datum in de rubriek ..rechtdagen '.

Geheel zuiver is evenwel wat de protocollen na 1627 betreft de scheiding tusschen gewone resolutiën en rechtdagen niet volgehouden. De indruk wordt gewekt, dat op dagen bestemd voor den rechtdag ook andere zaken werden behandeld, en dat het protocol der rechtdagen sedert tevens werd v eb rui kt ter aanteekening of minuteering van hetgeen in andere zaken werd geresolveerd of is geschied (zie b.v. in beide protocollen de resolutiën d.d 28 en 30 Mei 1628). Waar de oudste rechtdagsprotocollen blijkbaar bestaan uit losse katerns, die, nadat eene zekere hoeveelheid bijeen was. samen zijn gebonden, de protocollen der gewone resolutiën daarentegen reeds voor de inschrijving gebondeu waren, zal dus 't gemak van den landschapssecretaris in dezen hiertoe aanleiding hebben gegeven. Wellicht is toen het protocol der gewone resolutiën in den eersten tijd beschouwd min of meer als een net-exemplaar; in 1628 althans vinden wij daarin opgenomen de beslissingen in tal van geschillen, niet alleen tusschen rentmeesters en pachters van conventsgoederen en dergelijke doch ook tusschen den fiscaal en kerkvoogden. In verloop van tijd schijnt de rechtdag niet de minst belangrijke vergadering van het College te zijn geweest.

Met de bestuurswisselingen in 't laatst der 18lle en 't begin der 19de eeuwen ging ook deze bizondere rechtspraak over in de handen der opvolgers van Drost en Gedeputeerden. Na de besluiten van dit college (— 7 Oct. 1794) vinden wij beschikkingen van de Provisioneele Representanten (17—26 Maart 1795), de Gecommitteerde Representanten (26 Mei 1795 -1798 Januari 31),'t Intermediair Administratief Bestuur (9 Mei- 29 Dec. 1798), Commissarissen ter administratie der financiën over het voormalig gewest Drente 1) (7 Mei 1799—1802 Februari 23), Gecommitteerden uit het Departementaal bestuur van Overijsel tot de dagelijksche administratie der financiën in Drente (17 Aug. 1802—1804 Nov. 20).

l) Met betrekking tot de rechtspraak noemden zij zich nimmer Commissie van Financie.

Sluiten