Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

abdij-goederen, ter ontginning werden verkocht, stelden Drost en Gedeputeerden tevens eene „cassa ad pios usus" in. De inkomsten dezer kas zouden bestaan uit boeten, in de kolonie van 't Cloosterenveen te slaan (zie artt. 16, 17, 26 en 28 der Conditiën van verkoop der venen d.d. 1 Maart 1771) en afvaartsgeld voor turf uit Zeyerveen (zie Echte stukken betrekkelijk de verhooging van het afvaartsgeld op de Drentsche Hoofdvaart te Smilde, 1864, bladz. XII). Zoo bezat de kas in 1849 een bedrag van bijna f 57.000,—, welke gelden later door de provincie zelf op rente werden genomen.

In 1801 werd de kas, als niet behoorende tot de geestelijke goederen, niet geamalgameerd in de toen nationaal verklaarde fondsen. Hare inkomsten bleven strekken voor kerkelijke doeleinden ten behoeve van Hijkersmilde en Kloosterveen.

Eene instructie voor den „administrateur" dier kas is niet gevonden.

1798. Rekenboek van de kas ad pios usus over 1771—1810, met ondergeschreven afsluiting door 't bestuur van Drente; en verder over 1811 —1816 gebruikt als kladrekenboek.

1 deel.

1799. Kwijtingen tot de rekeningen van den administrateur der kas ad pios usus over 1799—1809.

1 portefeuille.

NB. Administrateur was Leffebt Hovingh.

b. Rekeningen van ambtenaren voorzien van commissiën adhoc vanwege de Staten.

NB. In de afdeeling Varia bevinden zich (onder Collecten) stukken betreffende de administratie van gecollecteerde gelden, waaronder in N°. 1028 eene rekening aanwezig is.

i. Collecteur van den turftol te Meppel.

1800. „Reeckeninge voer Jan Peters Büdde van den turff„accijs tot Meppel." — Rekening van den collecteur van den turftol te Meppel Johan pieterss. Budde, wegens zijn gehouden beheer over 1622/23. 1624.

1 stuk.

Sluiten