Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gegeven in onse stadt van Bruissell, den 4en dach van Decembri, int yair onses Heren dusent vijffhondert sovenendartich, van onses keyserdoems den achten, van onsen rijcken van Castiliën ende Indiën den 22en.

Afschrift (17de eeuw) (Inv. N°. 197 (afd. Privileges)) op papier, naar eene ,,uuth een oltth landtboeck" door den landschapssecretaris H. Wkijmichmak genomen copie.

107. 1540.

Folkeer Vlghers abdis te Assen en de „gemeene seniores" der abdij erkennen verkocht en voor buren overgedragen te hebben aan Roeleff Keers te Donderen een dagwerk turf, te graven uit het Seijer veen.

Ghegeven in 'tjaer ons Heeren duisent vijffhondert ende XL.

Afschrift (17de eeuw) (Inv. N°. 235 (afd. Limieten)) op papier.

108 1541, Mei 4.

Reynolt van Bourmannia drost te Couorde en van 't land van Drenthe oorkondt, dat hij op 't lotting van Swaeren Maendach 1541 met de etten heeft gewezen: dat de „scheidesbreeff" en 't „recess" tusschen de buren van Weerdinge en van Roeswijnckel, door Johan van Selbach als overman geteekend en bezegeld, van kracht zullen blijven en partijen dus geene schapen op 't land zullen weiden en hunne varkens zullen ringen.

Int jaer XVC ind XLI den IIIlden dach May.

Oorspr. (Inv. N°. 231 (afd. Limieten)). Het zegel is verloren.

109. 1542, Juni 20.

Willem Nyenhuys, schulte, als gecommitteerd ten dezen door Johan van Selbach schulte te Emne en Roszwynkel, oorkondt, dat Zweer Ellinge en 16 anderen op vordering der buren van Roszwynkel getuigenverklaringen aflegden, waaruit bleek, dat uitsluitend de buren gerechtigd zijn in dat Risbroeck en dat russchen daarop geen recht heeft; en dat daarna de „seckeren", op grond der getuigenverklaringen en overgelegde bewijzen, 't betwiste land aan de buren toewezen.

Actum int jair ons Heren vyftynhundert ende tweënvertich den twyntichsten dach Junij.

Oorspr. (Inv. N°. 228 (afd. Limieten)). Met onder een papieren ruit opgedrukt zegel van J. v. S.

Sluiten