Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tzeventich, van onsen rycken te wetene van Spaengnen Secilliën etc. tXVIIIBn ende van Naples tXXe".

Oorspr. (Inv. N°. 212 (afd. Privileges)). Het zegel is verloren.

143. 1575, Augustus 26.

Johan MüSS VAN Couo[rden] geeft op verzoek der buren en markegenooten van Peijse vidimus van een vergelijk over de visscherij in 't Peyserdiep (zie regest N°. 140), omdat 't stuk vergankelijk is en omdat drost en 24 etten daarop op 't lotting „Paesche achte daegen anno 1573" vonnis hebben gewezen (en 't dus als echt erkend).

Opten XX VIen Augusti anno 1575.

Oorspr. (Inv. N°. 573 (afd. Varia)). Met fragment van 't zegel van J. M. v. C. en zijne onderteekening. Het stuk is bovenaan zeer geschonden.

144. 1575, September 2.

Don Lius de Requesens, 's konings stadhouder en kapiteingeneraal van Vrieslandt, de Drenthe enz., neeint aan de gedeeltelijke inwilliging der bede, door hem ten behoeve van de bevestiging van Groeningen van Drenthe gevraagd; en belooft handhaving der privileges enz. (zoodat 't drostambt slechts zal worden gegeven aan gequalificeerde ingezetenen van Drenthe of Sallant en de drost te Coeuoerden en de schuiten in hun kerspel zullen resideeren) en verder bescherming tegen militairen overlast.

Gedaen tAntwerpen onder den naem van zyne voirs. excellentie, den tweeden dach van Septembri XVC vijffentzeventich.

Oorspr. (Inv. N°. 213 (afd. Privileges)). Met onderteekening door d. L. d. R.

145. (1576?')).

Hako HENRYXZOON schulte te Norch en Veenhuysen oorkondt, dat de markegenooten van Eden getuigenverklaringen vorderden omtrent de vraag, of het veen en moerland ten noorden en noordwesten van Eeden altijd door de ingezetenen vrijelijk is gebruikt en of dit in de Drenthe is gelegen, welk land thans tegen hun wil door Wygbolt van Ewssum wordt begreppeld.

Fragment (Inv. N°. 293 (afd. Limieten)).

') Zie het volgend regest.

Sluiten