Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prov. griffie v. Drente, ben* tot prov. archivaris, 1857 (Inl. blz. LXX); prov. arch., z. j. (Inl. blz. LVIII); commies, 1859 (Inl. blz. LXX); griffier der staten, treedt af als archivaris, 1866 (Inl. blz. LXXIX,);

— Verschuur, Mr. —, afgetreden schulte, 1795 (I. 112 noot a);

H. L. de Grave, directeur v. h. koninklijk opvoedingsinstituut te Assen, 1809 (I. 1600 noot);

H. M. W. vau Bernsaw, zie op Henrich Munster Wilhelm.

Hako van Hardenberg, z. j. (Inl. blz. III);

— Henryxzoon (Henrycksoon), schulte van Norch en I eenhuizen, 1576? (R. 145), 1576 (R. 146).

? . ! zie op Johanue8.

Hansien ) r

Harm \

Harman f

Harmannus zie 0V Her,nen'

Uarmen

Heymrich (Heimrich, Herarich, Heimerich, Hendrick, Henrick) vau Rossum, ontvanger-generaal en landschrijver van Drente, 1578 — 1603 (I. 1772), 1581 (R. 147), 1583 (I. 1041), 1590 (1.1 noot), 1593 (I. 1056 noot), 1605? (I. 812 noot 3); oud-landschrijver, 1607/8 (Inl. blz. XXI); overleden, z. j. (Inl. blz. CII), 1627 (Inl. blz. XII).

Henrick (Hindrick, Heuric, Henryck, Hindricus, Henrich, Hjjndrick,Henricus,Henry, Hendrik),

— III, keizer, 1046 (Inl. blz. II);

— Aleken (Alekens), 1548 (R. 110), 1551 (R. 117);

| — graaf van den Berghe, 1626 (I. 418);

— Flek, predikant te Schoonebeek, 1684/90 (I. 323 mot);

— Hendriks, 1778 (I. 1217 noot c);

— Hoffman, markegenoot van Roden, 1573 (R. 140);

— Jans, 1778 (I. 1217 noten b, c);

— Cliffort, heer van Hoogersmilde, 1748/78 (I. 904 noot);

— Cuiper, 1748/56 (I. 764 noot);

— Luinsche, 1508 (R. 96);

— Maech (Mach), pastoor te Mittling in Overleding er-land, 1548 (R. 110), 1551 (R. 117);

— van Munster (Monster), heer van Ruinen, 1570(R. 135);— 1616(1. 378)\overleden 1634(1.1202 noot);

— graaf van Nassau, zie op Hendrik Casimir;

— prins van Oranje, graaf van Nassau, zie op Fritbericus;

— Meinardi Raedt, predikant te Zwartsluis, 1608 (I. 97 noot);

— van Raesveldt, heer van de Eese, 1650/6 (1. 243);

— van Rossuin, zie op Heymrich;

— Schirenboecke (Schijrenbeicke), schulte van Sleen, 1516 (R. 100); zonder titel, 1534 (R. 105);

— Alerts Tyug, 1640/1 (1. 1204);

— Jans Timmer, 1701 (I. 655, 656);

— Veltkamp, 1807 (I. 1740 noot a);

— Vysscher, 1556 (R. 121);

— de Vos (Vosss) van Steenwijck, drost van Drente, z. j. (I. 1052 noot), 1580 (I. 724);

— Weijnichman, landschapsklerk van Drente, l8te helft 17dB eeuw (I. 1193 noot, 1247 noot); 1635 (1075 noot);

— Willems, 1807/9 (I. 1741 noot d);

Sluiten