Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veer v. Meppel op Amsterdam, 1730 (I. 1317 noot)-,

= Coops, landspander, 1795 (I. 928);

—, H. —, landmeter, e. 1809 (I. 1555);

—, R. overleden, 1798 (I. 1430).

Jan .

Jannes I . T u

' zie op Johaunes.

J aus(s). £

Jans(8)en;

Jasper van Huls, (officier), 1635/9, (I. 512).

Jellen (Jelles),

-,J.1768/77 (I. 385);

—, Pieter —, 1730 (I. 1317 noot).

Joachimus (Joachim),

— vau den Boetzelaer, 1601/3 (I. 1032 noot);

— Schuttorpius, pastoor te Appittgedum, commissaris der proosdij van Farmsum, 1549 (R. 113), 1551 (R. 118);

— Frans Ubbena, jhr.—, c. 1664 (I. 883).

Joannes, zie op Johaunes.

Joest (Joost),

— Leewe, 1563 (R. 127);

— Valcke, 1593? (I. 1042 noot), 1600 (I. 1772 noot 5);

— van WelveldeJ Ar. —, ritmeester, 1655 (I. 882).

■Johau(n), zie op Johannes.

Johanna, zie ook Anna;

— van den Clooster, wed. Evert van Ensse, 1609/23 (I. 674).

Johannes (Johan, Iohan, Jau, Joannes, Johann, Hans, Jannes),

—, 1481 (R. 90) (= J. van Cloester);

—, pastoor te Borger, 1327 (R. 39);

—,abt te Dikninge, 1363 (R. 54);

—, heer van Kuinen, (J. v. Rhunen), ridder, 1363 (R. 54);

—, bisschop van Utrecht, zie Johan van Vernenburch;

— van Alten, Mr. —, advocaatfiscaal, 1634/5 (I. 1729), 1637/8 (I. 1731, 1732);

— tAraelte, jr. en gr., 1630/2 (I. 1727);

— tem Barch, schulte van Vries en Peise, 1556 (R. 121), 1563 (R. 127);

— Hemsingh Bavingh, 1792 (I. 1243 noot e);

— van Berlicom, 1581 (R. 147);

— Blominck, 1633 (I. 690);

— Bottichius, schulte van Dalen en Oosterhesselen, 1673/5 (I. 1229 en noot)-,

— Pieterss. (Peters) Budde, collecteur v. d. turftol te Meppel, 1622/4 (I. 1800);

— Dortmundt, eigenerfde van Drente, 1613 (I. 1052 noot)-,

— Doublet (Doubleth), oud-ontvanger-generaal der unie, 1634? (I. 440, 539); overleden, 1667/9 (I. 443);

— Dulman (Dulmans), ovei-leden, 1026? (I. 657);

— Ebbijnghe (Ebbinge), keurnoot te Peise, 1563 (R. 127); —, olde-, 1563 (R. 127);

— van Echten, 1654/9 (I. 242); heer van Echten, 1650 (1. 650, 772), 1658/61, (I. 748), 1660 (I 160 noot), voor 1662 (1. 750); overleden, 1661 (I. 762 noot);

— Eltijnge, 1677 (I. 691);

— Butenck Eppijnge (Heppijnge), 1550 (R. 115, 116);

Sluiten