Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4■ Index van plaatsnamen ').

A. de—, bij Roswinkel, zie op Ruiten A.

A, de —, bij Smilde, zie op Oude diep. A, (= Vledderdiep -f- Wapserveensche diep), verlaat inde—, z. j. (Inl. èfe. XXIV), 1610 (I. 1324), 1620 (I. 1323).

A, Mussel —, zie op Mussel A. k, Ruiten —, zie op Ruiten A. A, Wold —, zie op Wold A. Achteromsche Opgaande, het begin 19de eeuw (I. 1515). Adairs-verlaat, hel —, 1774 (I. 1336).

Aduarder zijlvest, het — (de Aewerder zijlen, het Adewerder zijl, de Aduwerder zijlen), z. j. (Inl. blz. XXXVI), 1654 (I. 1313), 1666/7 (I. 573);

—, scheppers (zijlvesten) van het—, . 1647/53 (I. 1312), 1661/2 (I. 572), 1666/7 (I. 573), 1777 (I. 572 noot).

Aepel I

Aepell j ZÜ W APel'

Aewerder zijlen, zie op Aduarder zijlvest.

Alba, zie op Alva.

Altharen (Oldenharen), buren (ingezetenen) van —, 1561 (R. 125), 1773/5 (I. 343), 1785 k '87 (I. 347 noot).

Altinge, erf te Weerdinye, 1698 (I. 694).

Alva (Alba, Alue), hertog van —, laatst 16de eeuw (I. 208), 1568 (I. 207), 1573 (R. 141).

Amsterdam (Amsterledam, Amstelodamum), z. j. (Inl. blz. XLVI), 1581 (R. 147), 1658 (I. 1138), 1686 (I. 789), 1722 (I. 624);

—, (beurt)veer van Meppel op —, 1710/1 (I. 1122), 1728 (1. 1317), 1794 (I. 1319 noot), 1800 (I. 1318), 1808 k '10 (I. 1631); , veer uit het Oostermoer op —, 1780 (1. 1320);

—, gecommitteerde raden ter admiraliteit te —, 1645/6 (1. 547), 1793/4 (I. 549);

') Bij de samenlezing der vindplaatsen bleek, dat Drente ongeveer 2/5 van dezen index zou beslaan. Het nut van de opname scheen mij toe niet in verhouding tot dezen omvang t.e staan. Voor de bestuursorganisatie toch scheen mij de korte schets in de inleiding en hetgeen in den index der titularissen wordt gevonden, naast de inhoudsopgave, voldoende

Sluiten