Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

01de Stnildingervaart, de —, zie op

Smildervaart.

Olde-ötaphorst, 1664/5 (I. 663). Omblaaden, zie op Omlanden (Groningen en —).

Omkemaat, de —, 1682/94 (I. 323), 1694/5 (I. 324), 1748 (I. 323 noot), 1748/50 (I. 327), 1758/61 (I. 328), 1765 (I. 328 noot). Omlanden (Ommelanden, Omblanden), Groningen en —, 1665/7 (I. 1167);

—, jonkers van de—, 1708 (I. 306 noot).

NB. Zie verder op Groningen (provincie).

Omlanden (Ommelanden), de - tusschen de Eems en de Lauwers, 1611/2 (I. 623 noot), 1663 a'67 (I. 1166);

—, staten van de —, 1702/16 (1.

303 noot g);

—, jonkers van de —, 1711 (I. 303

noot g).

Ommen, c. 1672 (1. 830). Ommer8chans(Omraer8chaiit8),(<e—,

1665/74 (I. 827);

—, commies op de —, 1650 a '54 (I. 823).

Oustwedde (Ousede, Oustde, Vuswedde), 1550 (R. 116), 1564 (I. 292, R. 129), 1611 (I. 295 noot), 1634/44 (I. 295); —, markegenooten (buren) van 1550 (I. 291; R. 115, 116), 1644 (1. 295 noot).

Oostenrijk, aartshertog van — , 1579

(I. 1233).

Oosteurijksche Nederlanden, 1798 (I. 803).

OoBterboer, 1661 (I. 761), 1663 (I. 762), 1779 (1. 1112).

Oogterhesselen, 1806(1.1740 noot a); —,schulte van Dalenen—, 1672/5 (I. 1229 en noot), 1806 (1.1471 noot), 1811 (1. 1694 noot); —, schoolmeester te —, 1766/9 (I.

356 noot d);

—, commissie v. d. geuap. burgermacht van —, 1797/8 (I. 1383 noot).

Ooater-Meeden (Oostermieden), heette —, 1669 (I. 617). Oostermoer, dingspel, 1608(1. 1073 noot), 1612 (I. 1150), 1615 (I. 295 noot), c. 1640 (I. 295 noot b), 1649/60 (I. 297), 1651/63 (I. 303 noot), 1658 (I. 298), 1663 (I. 302 noot), 1665 (I. 1329), 1673/4 (1.1190), 1683/5 (I. 302), 1683—1717 (I. 303), 1685 (I. 305), 1699 (I. 1029 noot), 1713 (I. 307, 309 noot), 1738/40 (I. 1173), 1754/6(1. 310 noot), 1787 (I. 1243), 1794(lnl. bis. XXXII); —, „schuytensloet" i. h. —, 1612

(I. 1150);

—, venen in 't (Oostermoersche venen), 1663 (I. 1166 noot), 1754 (1. 310 noot), 1764 (I. 313 noot, 1176 noot), 1796/7 (I. 1198);

—, veer uit het — op Amsterdam,

1780 (I. 1320);

—, veer uit het — op Harlingen,

1780 (1. 1320);

—, veer uit het — op Rotterdam,

1780 (I. 1320);

—, veer uit het — op Zaandam,

1780 (I. 1320);

—, marke- en veengenooten (ingezetenen, veeneigenaren) v. h. — (Oostermoersche veengenooten), 1651 (I. 297 noot b), c. 1655

Sluiten