Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mander's eerste leermeester werd. Verscheiden malen zal er nog gelegenheid zijn op te merken, dat de auteur uit van Mander's eigen mededeelingen geput heeft. Zoo ook hier. Van Mander vertelt zelf reeds fol. 256*2, dat Lucas de Heere zijn eerste leermeester geweest is. Dat was omstreeks het jaar 1566, toen van Mander dus den leeftijd van 18 jaren bereikt had. Bij dezen zag hij verscheiden kunstwerken, zooals een schilderstuk van Jan van Eyck (fol. 202^), teekeningen van Dürer (fol. 208b), een schilderij van Frans Floris (fol. 241^) en maakte o.a. kennis met Frans Pourbus (fol. 25yb\ „ick hebbe hem gesien in sijn reyscleeren / dat hij te Gent quam oorlof nemen aan Lucas de Heere.") Zeer waarschijnlijk leerde hij aldaar ook den huisvriend der de Heere's, Vaernewijck, kennen.

Toen trok Carel naar Kortrijk en Doornik, waar hij de jaren 1568 en 69 bij Pi eter Vier ick in de leer kwam. Hier leerde hij Michiel Gioncquoy (fol. 252^) en Ambrosius Francken (fol. 2426) kennen.

In 1574 trok hij naar Italië, 26 jaar oud

Gedurende die zes jaren, dat van Mander zich als jong man in de schilderswereld bewoog, leerde hij ongetwijfeld menig schilder kennen, wiens levensbeschrijving hij later een plaats gaf in zijn werk. Zoo leefden en werkten in dien tijd te Brussel: Adriaan de Weerdt (fol. 229^), Antonio Moro (fol. 230Ó); te Antwerpen: Jaques de Backer (fol. 231£), Jeroon Koek (fol. 232d), Willem Key (fol. 232^), Pieter Breughel (fol. 233a), Joachim Beuckelaer (fol. 238a), Frans en Cornelis Floris (fol. 238^), Rijckaert Aertz (fol. 247a), Bernard de Rijck (fol. 26ib), JorisHoefnagel (fol. 262 a), Marten deVos (fol. 264^); te Doornik: MichielGioncquoy (fol. 252b)\ te Brugge: Marcus Geerards (fol. 2580); te Meehelen: Lucas en Marten van Valckenborgh (fol. 259^), Hendrik van Steenwijk (fol. 261 b).

„In het jaer 1574", vervolgt van Mander's levensbeschrijver, „heeft Karei van Vader ende Moeder verlof gekreghen om na Romen te gaan / hij kreech reys-kleederen / en geldt in de beurs / en werdt tot Gent bij zijn oom Franfoys van Mander

Sluiten