Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden vermeerderd en vollediger gemaakt, door wijlen Jacobus de Jongh, ! En na deszelfs overlijden door eene bekwaame hand. Met het Leven van den schrijver naar den besten druk van | 't Jaar 1618. J! Versierd met de afbeeldingen der voornaamste Schilders. Te Amsterdam bij Steven van Esveldt, || Boekverkooper in de Kal verstraat, het derde huis van de Roomsche kerk, de Papegaay, 1764.

8° 2 dln.

De titelprent, gegraveerd door S. Fokke, is afschuwelijk. Het borstbeeld van van Mander, zeer verkleind, naar de gravure in den tweeden druk, staat op een voetstuk, waarop gegraveerd is: „Leven der Nederlandsche en Hoogduytsche Schilderen door C. van Mander." — Eenige allegorische figuren staan of zweven er om heen.

De aanteekeningen aan den voet der bladzijden zijn niet zeer rijk, maar toch niet van alle belang ontbloot. Waar zij eenig licht brengen konden is er hier gebruik van gemaakt.

In dezen druk komt o. a. een sonnet van Vondel J), geplaatst tegenover het portret van van Mander, gegraveerd (door Ladmiral?) naar het portret uit den eersten druk: het gelaat is althans wederom naar rechts gekeerd. 2) Van Mander's devies in het medaljon is verdwenen, alsmede de ornamenten, zwanen enz. Onder het medaljon: Karei van Mander.

Deze uitgave is de eerste geïllustreerde. De bijgevoegde gravures van Jan Ladmiral, verre van fraai, zijn gemerkt A. tot F. F. (ie deel) en G. G. tot Z. Z. (2e deel). Iedere plaat geeft gemiddeld de portretten van een drietal schilders. De reproducties zijn genomen naar bestaande gravures van Aldegrever, Diirer, Frisius, Goltzius, Hollar, Hondius, Saenredam, Sadeler, Stock, Wierix e. a.

*

* *

!) In de Verz. werken van J. van den Vondel (uitg. Mr. J. van Lennep, deel 1656—57 bldz. 189).

2) Nog bestaat er een portret van van Mander door H. Hondius waar de buste tot halfweg het lichaam bijgeteekend is. De linkerhand houdt een briefje vast, waarop: „cum priv." — Kramm vermeldt er nog een, gesneden door Chrispyn van de Pas, in 40.

Sluiten