Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Plan en Samenstelling.

In Boecken keren de Jonghers ter scholen De seven vry Consten / jongh Apotekers /

En Chirurgienen / om niet te verdolen /

Zijn schriften / en Boecken ghenoech bevolen:

Doch voor u Schilder-jeught wasser niets sekers In onse spraeck / om u als nieuwe Bekers /

Nutte leersaem stoffe maken deelachtigh /

Daer ghy van mocht houden den roke krachtigh.

Moge hiermede in het bijzonder de reden zijn opgegeven, die van Mander bewoog tot het opstellen van den „Grondt der Edel vrij Schilderconstvolkomen toepasselijk blijven deze woorden ook, wanneer wij een antwoord wenschen op de vraag, wat van Mander dreef tot de uitgave van de „Levens der Doorluchtighe Nederlandtsche Schilders."

Doch niet ten gerieve der toenmalige schilderjeugd alléén werden deze Levens geschreven; heel duidelijk stond van Mander het doel voor oogen een werk natelaten, waarin voor volgende generaties het wetenswaardigste over de schilders der voorgaande] eeuwen bewaard zou blijven. Want, zegt hij, al moge de schilderkunst tot het laatste menschengeslacht in eere gehouden worden, „doch is niet te twijffelen, dat onser Consten doorluchtighe Oefïfenaers namen, leven en wereken, bestandigher en vaster sullen blijven in openbaer kennis bij den nacomelinghen, oock in meer volcomentheydt en ghewisheyt, met deselve door

Sluiten