Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar Adriaan Pietersz. Crabeth zijn leerling werd. Te Gouda leefde ook nog een ander schilder, Cornelis, die een groot dronkaard was. Een groot dronkaard te Gouda was ook Hans Bamesbier, die bijna honderd jaar oud te Amsterdam stierf; ten slotte worden dan nog twee Goudsche schilders genoemd.

fol. 228a—229a wordt een negental Mechelsche schilders tezamen behandeld; opmerkelijk is, dat van Mander van hen, met uitzondering van twee of drie, de jaren van overlijden weet mee te deelen.

fol. 230a een vijftal geboren Brusselaars.

fol. 29M een viertal schilders, die te Praag werken, fol. 295^—296a. Hier wordt nog eens een allegaartje opgedischt van zes schilders te Antwerpen, een te Bergen op Zoom, vier te Parijs, een te Lyon, en een te Berry in Italië, een zekeren Gaspar Huevick, dien van Mander te Rome gekend had, evenals een schilder uit Groningen (zie bldz. 11).

fol. 296a. De gelegenheid wordt hier te baat genomen, terwijl er sprake is van Hans Rottenhamer te München, gewag te maken van Adam van Frankfort, destijds te Rome vertoevende en van twee Nederlanders, te Venetic wonende. Zonder twijfel berusten deze mededeelingen op inlichtingen van Goltzius.

Reeds is er op gewezen, dat schilders uit één familie gaarne door van Mander bij elkander behandeld worden. Voorbeelden vindt men in de levensbeschrijvingen der gebroeders: Jan en Hubrecht van Eyck, Jacob Cornelisz. en zijn broeder Buys; Mathijs en Jeroon Koek; Hendrik en Marten van Cleve; Frans en Gillis Mostart; Pieter en Cornelis de Witte; Matheus en Paulus Bril; Octavio en Gijsbert van Veen. — Andere familierelaties, b.v. van vader en zoon, brengen de volgenden te zamen: Jacob Cornelisz. en Dirk Jacobsz.; Ouinten en Jan Massys; Pieter Coecke en Paulus van Aalst; de afstamming van Joos van Cleve, later afzonderlijk die van Marten; Pieter Aertsen en zijn drie zoons; Pieter en Frans Pourbus; Hans Bol en Frans Boels; Gillis Cognet en Claes Pietersz.; Jooris en Jaques

Sluiten