Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdere gedrukte werken van Vaernewijck, waaruit van Mander nog geput kan hebben, hoewel deze veel minder en beknopter inlichtingen geven, zijn:

i°. „Vlaemsche audvremdigheyt" (MDLX). 2°. „Nieu Tractaet en curte beschrijvinghe van dat Edel Graefscap van Vlaenderen" (MDLXII).

Hieruit haal ik ter vergelijking met de navolgende plaatsen in de Historie van Belgis, aan:

„In Sente lans Keercke es een autaertafel te ziene So constich van ingiene, pictoriale practijcke So dat in gheheel Europë, om de waerheyt te bediene Nauwelic en este vinden eene dier ghelijcke:

Meester Jan van Eyck, hiet den meester publycke Van Maeseuc een stedeken in ruudt Kempen lant,

In een rade tyt, ons God desen groote cöstenaer sant.

Constighe schilderye en heeft Brugge ooc noyt ontdiert,

Zy ester wel af verciert in kercken en huysen,

Meester Huge, meester Rogier die wonder hebbë verziert, Met den duytsc'nen Hans om te schilderen abusen En boven al Ioannes va Eycx werc....

In Brugghe zijn ooc veel constighe wercken In cloosters en kercken, en op strate al bloot....

Bovendien wordt melding gemaakt van Jan en Lucas de Heere.

*

* *

De volgende plaatsen zijn aan Vaernewijck ontleend: fol. 199a:

,,.... oock hun suster Margriete van Eyck is vermaert / dat sy met grooten const het schilderen gheoeffent heeft / en als een gheestighe Minerva (schouwende Hymen en Lucina) in maeghdelijcken staet tot den eyndt haers levens gebleven is... IV c. 47:

„ Zi hadden een zuster Margereta ghenoemt / die haren

Sluiten