Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den genoemden snijder: dit laatste zal niet onwaarschijnlijk zijn, gelet op de toevoeging: ,,welcken toenaem doch op zijn leven niet over een quamDeze uitlating wijst m. i. op een nadere bekendheid met den genoemde.

II. Als tweede werk J) wordt genoemd: „Caius Julius Caesar sive Historiae Imperatorum Caesarumque Romanorum." (1563).

Hieruit zal geput zijn ,,. ... heeft met behulp van d'Heer van Watervliet / heerlijck seldsaem dinghen voort gebracht." Wat van Mander kan geput hebben uit een vóórin gedrukten brief van Goltzius aan genoemden Heer, waarin o.a.mihi crebro in ipsis statim primis conutibus ante operis aggressionem installare volebat patronus ille meus singularis Marcus Laurinus Dous a Watervliet...." 2) Hetzelfde staat nog in eenige lofdichten op dit werk. O.a. ook in een ode van Goltzius zeiven, waarin toespeling wordt gemaakt op zijn reis, waarvan van Mander ook fol. 248^ spreekt:

Ham per varias Germani syderis oras Subuectas fluvio Rhene vetuste tuo.

III. Vervolgens wordt genoemd „een ander Latijns Boeck, ghenaemt Fastes, in 't Jaer 1566."

Van Mander vertaalt en omschrijft den titel en knoopt hieraan de mededeeling vast van een oorkonde, waarbij Goltzius tot eereburger van Rome werd verklaard; welk document afgedrukt wordt in het volgend werk.

IV. Caesar Augustus etc. (1574)

De hierin voorkomende, door van Mander genoemde oorkonde

1) Hier zij opgemerkt, dat achter dit werk een lijst opgenomen is van personen, waaronder ook „Rutgerus Goltzius, Herbipolitanus, Pictor Venloniensis, Auctoris Pater", hetgeen van Mander niet opgemerkt heeft, daar hij in het geslachtslijstje der Goltzen (fol. 281^) den naam van Hubr. Goltzius' vader niet weet op te geven.

2) Ook bij Guicciardini, zie aldaar.

Sluiten